maandag 27 maart
We vertrekken vanuit Father’s
Guesthouse om 8.15 met een minibusje, met z’n zevenen, via de C156 naar Kuala
Lipis. Het eerste deel blijft zeer bergachtig, we gaan een pas over van bijna
1800 m. We passeren een stuwmeer en vele palmbomenplantages, waarschijnlijk
voor palmolie en enkele rubberplantages. Daarna dalen we regelmatig en wordt
het landschap vlakker. De chauffeur zegt dat de tocht ruim drie uur duurt en
dat maakt hij rustig rijdend geheel waar. We komen om 11:30 in Jeratnut aan.
Dan zijn we weer op 80 m hoogte.
kanjer van boomstammen worden vervoerd; zijn dit de bomen die
we in het regenwoud van Taman Negara zien?
palmbomen te over
langs de route
Hier gaan we om 13:00 uur aan
boord van een longboat voor het laatste deel van de tocht naar Kuala Tahan van
2 uur over de rivier de Sungai Tembeling. Het is een mooie tocht met veel
oerwoud langs de oevers en hier en daar enkele huisjes, en enkele bootjes. Soms
moet hij de boot behoorlijk behendig door kleine stroomversnellingen heen
sturen. Leuk te zien hoe hij steeds de “V” opzoekt. Of af en toe als het ondiep
is neemt hij gas terug waardoor de punt wat verder in het water zakt en de
achterkant van het schip wat minder diep steekt.
Om 15:00 uur komen we aan in Kuala
Tahan, 40 22’ 58” NB, 1020 24’ 4” OL.
de vertrekplaats in
Jerutnat
op de rivier Tembeling
006
DSCN0016.jpg
een van de weinige huizen onderweg
waterbuffels
onze boot
Kuala Tehan met zijn drijvende restaurants
De boot legt op 2 plaatsen aan:
het dorp ligt aan de zuidzijde van de rivier en het park met lodge aan de
noordzijde. Daar wordt eerst gestopt en daarna aan de dorpskant waar de
guesthouses zijn. Wij stappen bij de eerste stop af omdat aan die kant ook de
Park administratie is. We laten de zakken beneden en klimmen omhoog om ons te
informeren. Kees gelijk weer naar beneden, omdat we bij nader inzien de zakken
toch niet durven te laten liggen. Is maar goed ook, want ze worden een paar
keer bijna door het pontje ingeladen. Geer informeert over tochten en gidsen.
De vogeltocht met aparte gids valt af omdat die heel erg duur is en we daar
niet professioneel genoeg voor zijn. Geladen met info varen we met een pontje
over. Met een klein bootje dat continu
op en neer vaart steek je voor één ringit de rivier over. De een ringit stop je
in een grote jampot.
Na de ontscheping klimmen we de
steile oever op naar ons guesthouse. Dat blijkt wel erg basic/primitief te
zijn, maar oké. We lopen het dorp in bespreken bij de toeristen info nog meer mogelijkheden.
Na gemaakte afspraken lopen we
door het dorp. Daar zien we een veel netter guesthouse en vragen of er nog
plaats is. En ja dus de volgende twee nachten wordt het dit guesthouse “Abot”.
Op de weg terug zeggen we dat we morgen vroeg zullen vertrekken en daarna lopen
we door naar een van de drijvende restaurants waar we van een goed maal
genieten, de zon zien ondergaan en de totale duisternis zien ontstaan.
dinsdag 28 maart
Zoals gezegd even snel
oversteken naar het andere guesthouse, ontbijten bij een van de drijvende
restaurants en met het bootje weer over naar het nationale park.
de nieuwe kamer is klein maar prima
thee maken op een omgekeerde emmer als er geen tafeltje is gaat prima
Canopy Walk
Vanaf de lodge lopen we door het
oerwoud over een aangelegde vloer naar het beginpunt van de Canopy walk, ca. 3
km. Het pad gaat wat op en neer en tegen het einde is het ca. 250 m stijgen om
bij het begin punt van de walk te komen.
De Canapy Walk is 500 meter lang
en loopt via zes bomen op een hoogte van 25 tot 40 meter boven de grond. Tussen
de platforms bij de bomen mogen 10 personen op de loopbrug zijn met een
onderlinge afstand van 10 meter of meer. Het is prachtig om de toppen van de
bomen te zien, om de kleinere bomen te zien wedijveren met elkaar om genoeg
zonlicht, de geweldig mooie boomvarens te zien opkomen, enz. Net als de laatste
keer in Australië met Corine en Jurriaan een heel mooie belevenis.
Na aankomst besluiten we
dezelfde weg terug te gaan omdat verder gaan en via een omweg terug veel
stijgen zal mee brengen volgens de parkwachters en ’s middags willen we nog
naar een Orang Asli dorp.
door
de jungle op weg naar de Canopy Walk
bamboes in het regenwoud
de imponerende wortels van de hoge bomen
Canopy Walk
gezicht op het oerwoud, vooral de ontluikende bladeren
het regenwoud
Orang Asli Dorp
Orang Asli of wel de allereerste
bewoners van her schiereiland die nog sterk in de bossen wonen en een eigen
cultuur hebben. Zij worden onderverdeeld in drie groepen en zijn ook verwant
met de Papoea van Nieuw Guinea. Later komen we hier nog op terug bij het bezoek
van het Orang Asli Museum in Kuala Lumpur.
We bezoeken twee dorpjes die
boven elkaar op de helling, drie dagen oud, zij hebben zich moeten verplaatsen
omdat er in hun dorp iemand is overleden. Het is snel gebouwd maar alle hutjes
zien er goed uit en de vloeren liggen mooi waterpas. Dit gebeurt op het oog
zegt de gids. Bij het overlijden van een dorpeling verhuist het dorp nog
diezelfde dag om de geest van de overledene alle ruimte te geven. Alleen het
opperhoofd en de sjamaan komen terug om het lichaam in een deken van boombast
te wikkelen en dan het lichaam in de holte van een geschikte boom te leggen in
een omtrek van ca. 1 km. Het dorp keert pas na vijf à acht maanden terug
naar het dorp tot die tijd staat het leeg. We zagen het na een kleinstukje
verder varen aan de andere kant van de rivier.
De blaaspijp wordt
gedemonstreerd, ook wordt het maken van de pijlpuntjes met het dodelijke gif
erop gedemonstreerd. Het is een combinatie van verschillende heel lichten
materialen o.a. wordt balsemhout gebruikt. Het gif op puntje is heel sterk. Een
aapje dat wordt geraakt valt binnen de vijf minuten dood neer uit de bomen. Het
gif verliest zijn kracht na het koken/bakken. Met deze blaaspijp techniek jaagt
men vooral op klein wild.
Ook spreken we in het tweede
dorp met een Orang Asli die nu ook groepen gidst. Zijn kinderen gaan nog niet
naar school willen dat ook niet. Het blijkt dat een van de drempels het plagen
is dat andere kinderen hun kinderen aandoen. Ook als er bv een medische team
komt om in te enten rennen de kinderen vaak weg en de ouders treden daar niet
tegen op.
Ja het is behoorlijk toeristisch
wat je te zien krijgt en of het allemaal waar is weet je ook niet. Tegelijkertijd
is het de enige manier voor ons om er wat van te zien en we vinden het machtig
interessant.
het dorp dat kortgeleden verhuisd is
de pijlen voor het boogschieten
voor het maken van vuur dat nodig is om de top aan de pijl te lijmen, 1e stap
er wordt rook gemaakt
daarmee wordt een bundeltje van bamboe aangestoken
tot
het ontvlamt
op het stokje wordt iets gelijmd dat de pijlpunt moet worden
het bolletje wordt afgesneden en daarna met een bepaald blad geschuurd tot de pijl gereed is
demonstratie van het blaaspijpschieten
dame in een tijdelijk huis
als we naar boven lopen zien we een huis waar meisjes naar buiten liggen te kijken
dorp waar mensen al een aantal maanden wonen
dame plukt bladeren dat voor de maaltijd wordt gebruikt
woensdag 29 maart
Het Nationale Park Taman Negara
is gestart in 1923 door koning George V van de UK. Het is ca. 25 bij 60 km
groot. Er zijn verder geen dorpen, behalve enkele kleinere groepen Orang Asli.
In het park zijn verschillende trektochten mogelijk van een dag tot twee weken.
Alles moet mee worden genomen, foerageren onderweg is niet mogelijk, wel zijn
er op bepaalde afstanden soorten berghutten beschikbaar waar overnacht kan
worden of anders overnachten op het strand van een rivier.
Wij maken een tochtje van ca. 4
km door het woud naar Blau, een verlaten “berghut” langs de rivier. Er is geen
stukje horizontaal het gaat voortdurend op en neer met af en toe behoorlijke
klimmen. Daar heeft de oude heer het af en toe best moeilijk mee.
We vertrekken om negen uur en
komen rond een uur aan bij de hut Blau. Daar besluiten we met een bootje terug
te gaan. Er is ca. 600 meter van de hut een jetty waar we kunnen worden
opgepikt.
We zien heel veel, de
verschillende planten/bomen, de lianen en het rotan, vele bloemen, de paddestoelen
en elfenbankjes, de boom met veel inkepingen waarbij de gids uitlegt dat de
Orang Asli die inkepingen hebben gemaakt om het gif voor de pijlpunten te bereiden, enz. Bij de berghut ontdekt de gids dat Kees
twee bloedzuigers heeft meegenomen. Met behulp van een aansteker worden deze
verwijderd. Hij adviseert als we terug zijn het hele lijf te controleren want
er zij veel bloedzuigers.
het begin gaat steil omhoog
Kees en Geer in de jungle
prachtige bladeren met de bloemen, een soort Yam
ingezoomd
een prachtig blad met dauw of regendruppels
jde woudreuzen in de jungle
zo hoog zijn ze
prachtige funghis
aankomst bij het Blau huis
Na de wandeling terug naar het
guesthouse om even op verhaal te komen. En na de aanbevolen inspectie in het
guesthouse blijkt Kees nog drie bloedzuigers te hebben. Verder onschuldig, ze
hebben geen bijwerking zoals teken.
Gisteren wilden we alle dineren
bij de park lodge aan de overkant. Een vis typisch voor de streek en geheel op
Maleise wijze klaar gemaakt. Echter dat ging niet door: dit gerecht moest je
een dag van te voren hebben besteld. We hebben het toen besteld voor
vandaag. Uitstekend gegeten die avond.
Vervolgens klaarmaken voor
morgen, om 8 uur vertrekken naar Kuala Lumpur.
donderdag 30 maart – reis Taman Negara naar Kuala Lumpur
We reizen terug ook weer eerst
over de rivier en dan met een busje verder vanaf Jerutnat.
Prachtige reis eerst langs de
regenwouden, waar we nu extra goed zien hoe hoog de bomen zijn en hoe de lianen
er omheen slingeren. Als je er geweest bent zie je veel meer details.
Kalkrotsen


















































Geen opmerkingen:
Een reactie posten