maandag
30 januari
We vertrekken om 08:00 uur terug van
Hsipaw naar Mandalay 215 km. Na ca. 15 min. stoppen we bij de grootste tempel
in het Shan gebied, noord Myanmar. De Bawgyo Pagode/tempel. Volgens de legendes
is de eerste Boeddha hier al vereerd sinds 2040 jaar geleden. Vervolgens zijn
in de dertiende eeuw onder het bewind van de Bagan Koning Narapatisithu uit een
groot stuk hout acht Boeddha’s gemaakt. Vier van deze Boeddha’s staan hier in
de centrale tombe opgesteld. De andere vier zijn op strategische punten in het Shan gebied verspreid. De vier houten
Boeddha’s worden tijdens het grootse Tabaung festival (de februari/maart volle
maan) publiekelijk rond gedragen. Er is ook nog het verhaal dat de
overblijfselen van het hout van de acht Boeddha beeldjes werden begraven en dat
daar op wonderbaarlijke wijze een nieuwe boom is gegroeid.
Het is een groot complex met veel
glitter en met veel “bewakers” om te helpen dat er geen boze geesten het
complex binnenkomen.
Bawgyo Pagode/tempel
heel veel spiegeltjes in deze
tempel, prachtig
de Boeddha heeft een beetje een vreemd gezicht
van alle blaadjes houd die op hem zijn geplakt
een van de bewakers
een van de bewakers
een van de twee
geesten, buiten de tempel in een hokje
een klein Boeddhaatje, een leerling?
Op de weg terug zien we dus hetzelfde
als een paar dagen ervoor op de heenweg, alleen nu vanuit de auto. De trein
hobbelde en stootte, maar de weg mag er in dat opzicht ook zijn. het uitzicht
is weer mooi. Ook zien we hoe het land intensief wordt verbouwd. Eigenlijk is
er geen stukje land dat vlak is dat niet wordt verbouwd.Net NL.
Onderweg, vlakbij het grote spoorweg viaduct
Gokteik stappen we even uit.
En dan gaan wij over de weg de “canyon”
in. We hebben ze niet geteld maar het zijn ca 20 haarspeldbochten aan
weerszijde en de weg loopt behoorlijk stijl. De grote vrachtauto’s rijden
allemaal in hun eerst versnelling. De banden zijn gitzwart en de meesten roken
van het remmen c.q. het optrekken. Er gaat op deze hellingen heel wat rubber de
lucht in.
Verder krioelen de gewone personen auto’s
en busjes tussen de vrachtwagens door. Bedoeld is hier, dat de vrachtauto’s bij
het klimmen en dalen de buiten bochten nemen en dat de kleinere auto’s via de
binnenbocht passeren. Er wordt dus om de andere keer rechts of links ingehaald.
Dit gaat overigens regelmatig met veel getoeter gepaard. Dit als op de grote
snelweg naar Yunnan in China. Jude vertelt overigens dat al die vracht bij de
grens met China wordt omgeladen van Myanmar vrachtauto’s naar Chinese
vrachtauto’s bij de grens. Dat is de reden dat je geen enkele Chinese
vrachtauto ziet.
boom bij autostop
Op het laatst van deze vijf uur durende
tocht wordt de lucht steeds grijzer, naarmate we lager komen. Een uur voor
Mandalay stoppen we bij een theehuis om een eenvoudige noodle lunch te
nuttigen.
‘s Middags even in het hotel en eind van
de middag naar de stad. We lopen weer langs de slotgracht van 2 bij 2 km, nu
aan de oostkant en eten bij Unique Myanmar waar we goede herinneringen aan
hebben van vorige week.
dinsdag
31 januari - Mandalay
We hebben een laatste volle dag Mandalay
en we gaan naar de oostkant van het koninklijk paleis waar we nog een aantal
pagodes op de kaart zien staan, vlakbij de Mandalay Hill. We lopen de 2 km
langs de gracht en de oostkant van het koninklijk paleis, daar bekijken we een
paar dingen.
Sandamuni
Pagode
Op het bord staat dat het in al deze huisjes
gaat om commentaar en sub commentaar t.a.v. de onderwijzingen van Boeddha
opgetekend in de Sutta, Vinaya, Abhidhamma, de Tripitaka geschriften. Het zijn dus
commentaren op, op de boeken van de “Tripitaka” die we in op de eerste dag hier
in Mandalay bezoeken bij de nabijgelegen Kuthadow Pagode. Daar zijn ze gegraveerd
in 729 marmeren tabletten. De commentaren zijn in een soort zand steen
gegraveerd, in totaal 1774 tabletten die opnieuw elk een voor een in een kleine
stupa staan opgesteld. Het is nu in bijna militaire opgstelde rijen. De witte
stupa’s schitteren onder de zon. Koning Ukhan Ti TheHermint heeft deze pagode in
1913 opgericht.
De stupa’s staan in lange witte rijen
achter elkaar.
Sandamuni Pagode
Sandamuni Pagode
Atumashi Kyaung Pagode (?)
We twijfelen of dit de Pagode is die we
zoeken. Het is wel de plaats op de kaart en op een bord staat o.a.
Kyaungdawgiwi, hij zou ook in 1990 gebouwd kunnen zijn en is niet erg
opzienbarend, maar de bijzondere terrassen die volgens het boekje naar het
altaar gaan, zien we niet. Wel is er een bruiloft aan de gang en we moeten veel
moeite doen om de lekkernijen die op lage tafeltjes staan en die er heel
verleidelijk uitzien af te slaan. Het voelt als heel onbeleefd.
Atumashi Kyaung Pagode(??
bruiloft in de tempel
We zoeken nog een tempel, maar dat
blijkt de Golden Pagode te zijn die we al gezien hebben. Het grote gebouw
erachter mogen we niet in zonder opnieuw entree te betalen. Het lijkt ons niet interessant
genoeg. We lopen verder en zien de Sasana Myanmar Universiteit met een Big Ben
klok bij de ingang.
de Big Ben op de universiteit
Het een beetje gericht, een beetje
ongericht lopen is leuk. Terug naar waar we begonnen te wandelen (hoek van de
gracht) lopen we langs de 62e straat, niet al te druk. Weer valt de
ruim opgezette stad met veel groene bomen op. Langs de straat zien we klooster
na klooster, de stad staat er vol mee. De woonhuizen hier zien er goed uit, de
meesten hebben een dakterras waar je met een wenteltrap heengaat.
mooie huizen langs de
straat waar we lopen, parallel aan de oostkant van het paleis
Wat ons verbaast is dat bij een
bank grote pakken geld in een open
tuk-tuk worden aangevoerd en zonder enige beveiliging naar binnen wordt
gedragen. Binnen wordt het op een grote stapel gelegd, open en bloot. Zeker 10
pakken zoals op de foto. Waar tref je dat nog aan? We zien het bij een andere
bank nog eens, kennelijk is tussen de middag een goede tijd om geld af te
leveren.
geldvervoer
We lunchen bij het inmiddels vertrouwde
Unique Myanmar en gaan per taxi terug naar het hotel. Pakken, dutje,
theedrinken, bloggen en lezen.
’s Avonds eten we vroeg bij “ A Little Bit
of Mandalay” en dan de rest pakken en vroeg naar bed.
restaurant a little bit of Mandalay
woensdag
1 februari

Om zes uur vertrekt de trein naar Thazi,
de bestemming van vandaag, een 120 km in drie uur. Thazi is een
doorgangsplaats, we zijn op weg naar Kalaw, waar we een driedaagse wandeling
naar het Inle Lake gaan maken. Van Thazi naar Kalaw gaat alleen ’s ochtends een
trein of misschien ook om drie uur ’s middags maar dan zien we weinig van de trein
tocht die ongeveer als de mooiste van Myanmar beschreven staat. Het moet
weliswaar erg bonkig zijn op houten banken en meer dan zes uur duren over een
stuk van nog geen hemelsbreed 80 km, met
bochten door de bergen zal het 120 zijn. Maar dat lijkt ons nu juist leuk. Om
die ochtend trein te halen, hebben we dus een extra dag nodig in Thazi, een
doorgangsplaats op het kruispunt van de toeristische tochten van Yangon naar
Mandalay en Inle Lake naar Bagan.
Dat betekent vroeg opstaan. De taxi van
5.15 blijkt de taxi van San te zijn, dat is leuk en stelt ons gerust: het zal
nu wel goed komen met de trein. En dat is ook zo. Hij heeft de treintickets bij
zich en geleidt ons door het station naar onze Upper Class coupƩ. Kort voor het
vertrek van de trein komt hij nog even afscheid nemen, wilde wachten tot de
trein vertrokken is.
Precies op tijd vertrekt de trein; het
is de trein naar Yangon die we over een weken weer zullen nemen.
Het eerste uur is het nog donker,
gordijntjes en luik met spleetjes zijn dicht. Daarna doen we dat open en kunnen
we naar buiten kijken. Het waait wel een beetje, maar we hebben onze fleece.
Drie uur lang kijken we naar buiten naar
het platte land. Allerlei akkers, hopen hooi, palmbomen, allerlei vergezichten.
In de trein komen voortdurend verkopers en verkoopsters voorbij. We houden op
de kaart bij wanneer de trein stopt, om te weten wanneer we eruit moeten. Dat
is ongeveer de vierde stop. De mensen om ons heen en de conducteur zijn hierbij
behulpzaam.
Een mooi tochtje.
hooischelven
bonen
palmbomen mooi op rij
koeien langs de spoorlijn
zonnebloemen
aankomst in Thari
station
Het is 500 m lopen naar het Moon Light Guesthouse
aan de hoofdstraat van Thazi. Plezierig, simpel, een stuk of zes kamers. We
zitten nu in een geheel niet toeristisch stadje. Er zijn een behoorlijk aantal
zgn horse-car taxi’s die nu enkel door de plaatselijke bewoners worden
gebruikt.
Er is hier weinig te doen volgens het
boekje. Echter er is een heel grote pagode die we vanuit de trein al gezien
hebben. En er is deze week een festival wat betekent dat er rond de pagode van
alles te doen is.
Voordat we erheen gaan verkennen we het
station nog eens. Het blijkt inderdaad zo te zijn dat we morgen een uur voor
vertrek pas kaartjes kunnen kopen.
Kees
informeert bij het loket in Thazi
We lopen de richting van de pagode uit
en beginnen als we bijna het stadje uit zijn met een kopje thee. Dat gaat hier
(en elders) zo: je betaalt voor een kopje koffie met veel melk en suiker en je
krijgt er gratis thee bij, vele kleine kopjes drinken we. Op de thermometer is
het 30 graden (11 uur ’s morgens). Er is hier zelfs WiFi en die doet het nog
ook, dus we kunnen het laatste nieuws over de gruwelen van Trump lezen en email
checken. Dat is toch wel een heel stuk verder dan een paar jaar geleden. Er
zijn hier ook veel bromfietsen, goed onderhouden, behoorlijk nieuw. Bijna geen
personenauto’s. het vervoer gaat met paard en koetsje. De paardjes zijn klein.
Op de hoofdweg van het dorp rijden wel vrachtauto’s, volgeladen en veel lawaai
makend. Wij slapen aan de straat dus zijn benieuwd hoe dat vannacht zal gaan
(blijkt mee te vallen).
Het is bijna een uur lopen naar de
pagode, inclusief het een paar straten te ver naar het westen lopen en weer
terug. Vriendelijke mensen wijzen ons de richting, een dame vergezelt ons zelfs
een stuk.
Bij de pagode is een grote markt met van
alles en nog wat. Bijvoorbeeld heel, heel grote speelgoedberen, en poppenserviesjes.
En veel gebak. Een kind wordt door zijn moeder de marktvrouw tussen de
kraampjes gewassen.
De naam van de pagode achterhalen we
niet. We kunnen naar binnen waar een grote Boeddha staat het is dus een tempel
zoals Jude ons heeft uitgelegd. Hier is binnen in nog een binnenste cirkel
gebouwd waarbinnen de Boeddha en zijn trawanten zitten. Voor het eerst is het
er helemaal donker. Maar als we flitsen krijgen we prachtige beelden te zien,
weer met veel spiegeltjes op de muren geplakt. En schilderingen achter het
beeld. Op de muren zijn gebeeldhouwde schilderijtjes. Deze tempel heeft twee
verdiepingen. Met een trap naar boven, mooi uitzicht.
de kraampjes op het festival
bij de pagode

jongetje wordt gewassen voor de toonbank
de pagode die we vanuit de trein al zagen liggen
het is donker in de tempel, met flits komt er een prachtige Boeddha te voorschijn
met mooi schilderwerk om een van de omringende Boeddha’s
beeldhouwwerk schilderijtjes
we kunnen naar boven klimmen en hebben dan dit uitzicht;
we proberen de spoorrails te vinden
We lopen weer terug, nu langs de
groenteafdeling en de weg terug naar het dorp. Bij elkaar 6,5 km heen en terug.
We zoeken of we een beetje goed theehuis zien, zoeken op hoop van zegen de
beste uit. We eten rijst, omelet en gekookte groente. En het wordt gezegend,
zowel lunch als diner gebruiken we hier na duidelijk gemaakt te hebben dat de
borden droog moeten zijn en er geen peterselie etc. op mag. En onze magen protesteren niet. Het is er
gezellig vol, alleen maar mannen. Dat is in alle theehuizen zo: af en toe een
paar vrouwen. De baas van het theehuis bestiert alles goed, gekleed in hemd met
blote armen. Hij maakt koffie af en aan. Er staat een grote ketel koffie op het
vuur. Met een sierlijke boog giet hij eerst ontzettend veel koffiemelk in een
kopje of bierpul, doet er een hand suiker bij en giet dan uit de ketel koffie
erbij. Op de foto zie je links een donkerbruine bus. Daar zit thee in: een
handje the in een pot of thermoskan en dan kokend water erop. De thee is hier
als elders lekker, het lijkt iets minder gebrand, de smaak zit tussen zwarte
thee een Chinese thee in. Een ding is wat minder: er lopen kinderen te
bedienen. Leuke jochies die nog zouden moeten spelen of naar school gaan.
het theehuis waar we lunchen
koffie wordt in bierpullen
met heel veel koffiemelk geserveerd. Links de theebus
Op de kamer tijdens het heetst van de
dag en aan het eind van de middag een wandelingetje. We zien zowaar een grote
mooie moskee, zijn te lui om terug te gaan om het fototoestel op te halen Bij
het diner in theehuis kopen we gekookte
eieren voor in de trein. Ze gaan loeiheet in een plastic zakje, dus hygiƫne
verzekerd.
donderdag 2 februari
Geer’s verjaardag wordt
grotendeels in de hotsende trein naar Kalaw doorgebracht. Met als traktatie
prachtige uitzichten. Deze treintocht staat te boek als een van de mooiste treinritten van het land en ook
wij zijn er heel enthousiast over.
Om 7 uur vertrekt de trein.
Tegen half zes staan we gereed om naar het station te lopen als een man van een
paardentaxi op onze deur klopt; is kennelijk voor ons besteld door het
guesthouse. We gaan op het aanbod in en komen per koetsje bij het station aan.
De kaartjesverkoper neemt ons mee, we lopen over het spoor heen naar een ander
perron en kopen daar kaartjes. Het gaat er voor ons doen heel primitief aan
toe. Er zijn nog kartonnen kaartjes zoals wij vijftig jaar geleden hadden. Ons
kaartje voor de upperclass is trouwens een
ander papiertje. De andere worden ook verkocht.
Nog weer twee sporen over, alles
in het donker en om zes uur staan we gereed. De meeste verkoopsters slapen nog.
Het is wel een spectaculair begin van een verjaardag: met een koetsje naar het
station, een antiek kaartjesloket en in het donker over de spoorrails
klauteren, vlak voor de locomotief van een stilstaande trein met draaiende motor langs. Een verjaardag is ook een
beetje terugkijken, welnu de gedachten gaan inderdaad terug naar hoe het
vroeger bij ons toeging..
In het kamertje voor de kaartverkoop wordt onze paspoortnaam en nummer op geschreven
de ouderwetse kartonnen kaartjes
Kees betaalt
onze kaartjes
…klauteren we het perron op
op het perron
daar komt de locomotief van onze trein
verkoop op het perron als we al in de trein zitten; inmiddels is het licht
De trein is ouder dan die van gisteren.
Wij zitten weer prima in de upperclass, geen houten banken. Eerst is het landschap nog vlak. Hij
rijdt bij een brug over een riviertje stapvoets en luid krakend. Zou hij het
halen of stort alles in elkaar? Als we dat een paar keer meegemaakt hebben, is
het niet meer eng. De begroeiing is heel anders dan gisteren. Alleen in het
begin nog bouwland, daarna een woestijnachtig landschap, met stekelige bosjes
en cactussen. Af en toe een water of watertjes.
bij de spoorwegovergang wordt met een groene vlag gewapper
zonsopkomst
eerst nog bouwland
een water dat we overgaan
steeds droger en dorder
En dan gaan we de bergen in. De
locomotief moet er hard aan trekken, soms bijna stapvoets. Eerst is het
heuvelachtig, maar het wordt dan behoorlijk bergachtig. Veel bossen en later
komen we langs bergdorpen en daar is weer veel akkerbouw, op vrij steile
bergen. Dat betekent ook terrasbouw. Leuk om door dorpjes te rijden en daar ook
soms te stoppen. De trein klimt moeizaam verder langs de helling omhoog en dan
stopt de trein en rijd achteruit verder. Op het boordje staat “Zigzag Reverse
A”. De wissel is omgegooid en de trein klimt verder omhoog in teruggaande richting.
Na enige tijd wordt er opnieuw gestopt wissels omgegooid en klimt de trein weer
verder omhoog met de lok weer vooraan. Dit zigzaggen van een trein in de bergen
hebben we nog nooit meegemaakt met deze twee “haarspeld bochten” heeft de trein
ca. 150 meter hoogte gewonnen. Een poosje later herhaald hetzelfde zich nu iets
langer waardoor de hoogte winst ca. 250 meter is. Daarna passeren we het
hoogste punt 4608 voet = 1415 meter. We zijn van Thazi ca. 200 m boven zee
niveau naar 1415 m boven zeeniveau gestegen en daar waren de zigzaggen voor
nodig. We eindigen in Kalaw op 1311 m boven zeeniveau en daar zullen we op het
hoogste punt van onze reis Geer’s verjaardag vieren.
Overigens na al dit technische
gekeuvel moet vooral gezegd worden dat het uitzichten over de begroeiden
bergen, met enerzijds bossen anderzijds landbouwakkers fantastisch is. De gids
heeft niets te veel voorspeld.
De reis duurt 6,5 uur, om half
twee zijn we in Kalaw. Omdat er niet
zoals ons schema zegt iemand staat om ons op te halen, bellen we en dan
is er snel een auto die ons naar het Dream Hotel brengt, een betere naam voor
Geer’s verjaarsdag hotel konden we niet bedenken.
droog met cactussen
ossenkar
de trein met de open raampjes rijdt door de bergen
af en toe wat water
en in de bergen begint de akkerbouw weer bij de bergdorpjes; droog en er is net geoogst
bij de iets belangrijker spoorwegovergangen staat altijd iemand met een groene vlag
het wordt steeds bergachtiger
en hier terrasbouw
We trekken er na een kopje thee op
uit om Kalaw te verkennen.
Aung Chang Tha Zedi Pagode
Deze pagode is vlakbij het
hotel. Hij zit van buiten en van binnen vol met spiegeltjes en weer de vele
kleuren lampjes rond het hoofd van de Boeddha. Die verlichting wordt hier
kennelijk heel mooi gevonden.
Sikh tempel
We lopen via de markt door naar
een Sikh tempel die we hier eigenlijk niet verwachten.
Het is van buiten een onooglijk
gebouwtje. Onderin is een winkel en een naaiatelier. Boven is de tempel, een
grote kamer, vrij sober ingericht. Niet bijzonder maar wel leuk om hier te
zien.
Moskee
Vervolgens even aan bij de grote moskee die er
aanzienlijk beter uitziet. Zo te zien wonen hier toch heel wat moslims. De
buitenkant is groen en met aardige “kantelen
Aung Chang Tha Zedi Pagode
de pagode van binnen
Sikh tempel
dame onder de Sikh tempel
de moskee
Het doel van deze middag is de
bezienswaardigheid Zeven Grotten Pagode. Het is een lekkere wandeling.
Onderweg zien we het teren van de weg. Dat gaat er
heel anders toe dan bij ons het asfalteren. Eerst een laag dikke keitjes (plm 4
cm) op teer. Dan komt er een laag dunnere kleine kiezels overheen. Dat alles
wordt in gewalst vervolgens nog fijnere grind en fijn zand en opnieuw de wals.
het teren van de weg
Shwe Oo Min Pagode / Zeven Grotten Pagode
Het is een enorm complex. Eerst al de stupa’s: rijen
wit met goud. En eromheen nog een serie Boeddha’s en Boeddhaatjes. Maar
bijzonder zijn de duizenden Boeddha’s in de zeven grotten. Wat een toestand.
Hoe meer Boeddha’s des te belangrijker is Boeddha? En als je maar veel tot
Boeddha’s bidt en Boeddha’s laat plaatsen, is dat onderdeel van een goed leven
en dat is weer belangrijk voor je volgende leven. Vol verbazing lopen we rond,
met een zaklantaarn omdat de verlichting is uitgevallen.
bij de ingang van de pagode
een Boeddha buiten
enkele van de talloze Boeddha’s in de grotten van de pagode
idem
idem
idem
4230 weer buiten nog een rondje langs de stupa’s
Op de terugweg moeten we wel
verdwaald zijn, want we doen er langer over. Na verschillende keren vragen en
kaartjes bestuderen zijn we nog net voor donker in het hotel.
We gaan Geer’s verjaardag vieren bij de Seven Sisters
restaurant dicht bij het hotel en ook door hen aanbevolen. We hebben we een
heerlijk verjaarsdiner en bestellen voor het eerst deze vakantie een flesje rode
wijn uit deze provincie. Het is een mooie smaakvolle wijn beter dan we verwacht
hadden. De druiven groeien op relatief hoge hoogte. We filosoferen over waar we allemaal al in het
buitenland verjaardag hebben gevierd en hoe.
Verjaarsdiner: helemaal jarig, Geer probeert zelfs een salade
en: het loopt goed af
Links Birmese en rechts Shan
klederdracht
En morgen begint de driedaagse
wandeling!!













































































