zaterdag 28 januari 2017

10 Hsipaw, do 26 - zo 29 januari

donderdag 26 januari
In Hsipaw is in het Tai House Resort voor ons gereserveerd. Dit ligt dicht bij het centrum in een rustige zijstraat omzoomd door prachtige meer dan honderd jaar oude bomen. En men heeft er oog voor detail: goed verzorgde bloempotten en perken, zeer voorkomende bediening en om niet te vergeten iedere dag een ander mooie figuur van de handdoeken op onze kamer gevouwen.


ons  hotel Tai House Resort

onze bungalow

het restaurant 

 de laan met de prachtige bomen


prachtige bloembakken etc., hier met waterlelies

en iedere dag nieuwe vormen van onze handdoeken gevouwen

 De bediening in klederdracht: typische wijdvallende broeken voor Shan mannen

Bijna direct na aankomst rijden we met een taxi naar een pagode op de oostelijke heuvel om naar de zonsondergang te kijken. Op de heuvel ligt ook de Theing Dhaung Pagode. De zonsondergang is nog mooier dan in Mandalay. Een prima begin van ons driedaags verblijf in Hsipaw, de oude hoofdstad van een aantal Shan koninkrijken.

vanaf de heuvel zicht op de Dottawaddy

de top vn de Theing Dhaung Pagode

 een Boeddha met slang

 zonsondergang op de heuvel met zicht op de Dokhtawady

vrijdag 27 januari
Een tocht over de Dokhtawady rivier van plm. 45 minuten en een wandeling naar het klooster Lon Yon vormen de hoofdmoot van het programma vandaag. Noon is er als gids bij. Zij is een Shan-dame uit een naburig dorp.
Het is fris, koud zelfs op het water. De boot is eenvoudig, het is een is vrij nieuwe, open boot met buitenboordmotor. De mist stijgt in flarden op van het warm aanvoelende water. Al na een minuut of 20 trekt de mist op en komt de zon door.

De tocht gaat langs bomen met luchtwortels, bootjes en bedrijvigheid aan wal.

Kees en Geer in de boot

boom met wortels die bloot zijn komen te liggen door 
de erosie door het wassen van de rivier

nog  zo' boom


met zo’n boot varen wij    

Als we uitstappen moeten we over een klein pad door het veld naar boven klimmen. Eerst ontmoeten we een zeer oude vrouw die daar alleen woont.

de oude alleenwonende vrouw die door de mensen van het dorp 
verderop in de gaten wordt gehouden


overzicht van haar woning

We waren gewaarschuwd dat het erg zwaar zou zijn, maar het valt reuze mee, slechts een meter of 100 naar boven en we lopen over de vlakte verder.
We lopen langs bosjes,  open land al of niet geploegd, een koffieboom in het veld:

koffieplant

koffiebloesem

koffiebonen aan de boom

koffieboon

We zien een houtskool oven die in het land is ingebouwd. En daarna langs ananassen, die in grote rijen gekweekt worden:

ananas, jonge planten, nog geen vruchten

hier met vrucht

watermeloenen

Na een klein half uurtje zijn we bij het Lon Yon klooster van plm. 150 jaar oud. Een rood, houten gebouw in het midden met huizen eromheen. In het grote gebouw en de bijgebouwen wonen zo’n 50 monniken.

het rode klooster

gebouwen van buiten

We kijken rond, drinken thee en eten ananas, terwijl Noon ons e.e.a. over de Shan vertelt.

Ca. 2000 jaar geleden (elders lezen we 1000) komen de Shan vanuit Yunnan (zuid China) naar het Zuiden. Een ander woord voor Shan is Tai, niet te verwarren met Thailand. Dat verklaart trouwens ook de schrijfwijze van de naam van ons hotel: Tai House. Er is wel voor 80% overeenkomst met Thailand in taal en verder. Ze wijst op het alfabet: er zijn 2 Shan schrijfwijzen. Op de foto is de bovenste Shan en de 2e regels zijn het Shan van Chinezen, dat wordt zo ongeveer als in Thailand geschreven. Zie verder het hfst over etnische groepen.

2 soorten Shan schrift

thee metananas

De Boeddha (ook hier weer twee) hebben een gele sjaal over zich heen. Dat is omdat het winter is. In het voorjaar gaat die af en wordt Boeddha met water overgoten.



Een bijzondere verklaring is er voor de kast vol dekens die in de tempel is: als iemand dood gaat, blijft hij een paar dagen boven de grond, overdekt met een deken. En als de persoon dan begraven is, schenkt men de deken aan het klooster

 de dekens die na de begrafenissen zijn geschonken

Er is een rijtje portretten van bekende Shan-mensen: zij hebben de Shan-geschiedenis over Thailand
geschreven: 
                                 
de belangrijke mensen die de Shan-geschiedenis geschreven hebben

In het klooster zijn ook kinderen. Bijna ieder kind gaat tussen 5 en 9 jaar voor tenminste een week naar het klooster; het kan ook langer of zelfs heel veel langer zijn, tot een jaar. Dit om de religieuze erfenis te leren. Op hun 20e komen ze weer een week of langer terug. En hier als overal elders: om 4 uur opstaan, ontbijt, bidden en wassen om 10.30 lunch, na 12 uur tot de volgende morgen niet meer eten, alleen drinken: mediteren en studeren. Zoals je op de foto ziet, is het niet alleen studeren en mediteren, maar ook plezier maken met de telefoon. Op het moment dat wij er zijn, is er een groepje kinderen bezig met een vader die van verre op bezoek is.

novice met telefoon

We varen nadat we naar de boot terug gewandeld zijn nog een klein stukje verder tot waar  de Nantu river en Nam-ma river samenvloeien en de Dokhtawady river ontstaat. De Nam-ma river valt met mooie watervalletjes naar beneden.

Noon in Shan-klederdracht

et samenvloeien van de rivieren


En op de terugweg bezoeken we uitgebreid een Shan dorp. De huizen hebben vaak drie delen: een voor Boeddha, een om te wonen en keuken en een om te slapen. Onder het huis wordt het vee gehouden en is ruimte voor opslag, etc. Wij gebruiken de lunch, noodle soep, in het dorpje en daar hebben ze het restaurant gedeelte met keuken onder het huis ingericht.

Shan dorp en huizen



het restaurant

de dame bereidt de noodle soep

We komen langs de spoorlijn van onze trein van gisteren. Grappig, de trein stopt in dit gehucht en er is een heus stationnetje:



Bij de huizen is overal buiten een balkonnetje om aan Boeddha te offeren:



En we kijken een tijdje bij het zagen van hout met een trekzaag:

 het zagen

Terug naar Hsipaw in de boot met onderweg mooie tafereeltjes:

waterbuffels

 onze boot na het uitstappen in Hsipaw

Met Jude bespreken we in het hotel wat er voor de komende week nog geregeld moet worden als we vanuit Mandalay verder trekken. Jude belt met het reisbureau en we krijgen info tot en met de gids in Kalaw en ook onze bagage zal tijdens de dagen wandelen daar worden verzorgd.
We zitten nog een uurtje of 1,5 aan een hoge tafel op het terras van ons mooie hotel en lopen dan nog een rondje door de stad met een biertje in een lokaal café.
Terug naar Tai House Resort en daar lekker eten.
Dat is de eerste volle dag Hsipaw.

de trucs op weg naar China

 brandweer 

opa met kleinzoon

straattentje

Zaterdag 28 januari
We gaan nu twee dagen wandelen met een lokale gids Joyi.
We krijgen gelijk een stukje historishce informatie over Hsipaw. Joyi vertelt dat de stad in 1509 is gesticht op een plaats gelegen ca. 2 km westelijk van de huidige stad door een toenmalige Shan Prins. Vervolgens is de stad in 1620 verplaatst naar de oostkant van de rivier Dokhtawady op basis van astrologische voorspellingen (het zou niet goed met de koning aflopen). Wederom op basis van astrologische voorspellingen werd de stad in 1717 voor de derde keer verplaats naar wat nu little Bagan heet. En de laatste keer in 1885 naar de huidige plek. Hij denkt dat de stad hier nu zal blijven want de laatste Prins Sao Kya Seng die vanaf 1954 regeerde en onder wie Hsipaw bloeide is bij de militaire coupe in 1962 opgepakt en verdwenen.
Hsipaw telt ca. 170.000 inwoners en ligt aan de oever van de Dokhtawady rivier op 460 m boven zeeniveau.

Mahamuni Budhavasma Tempel
We lopen weg van het hotel een klein stukje in zuidelijke richting en komen bij alweer een tempel. Deze heeft dezelfde naam als de grote tempel in Mandalay nl. Mahamuni Budhavasma Tempel. Joyi legt uit dat deze natuurlijk niet met bladgoud wordt bedekt, maar dat mensen hier komen voor dezelfde respect betuiging als in Mandalay maar dat zij niet helemaal naar Mandalay kunnen reizen. Goed onderhouden ca. 150 jaar oud.

de Mahamuni Budhavasma tempel in Hsipaw


 de drum waarmee festiviteiten, gebeden, etc. worden aangekondigd

Daarna lopen we door de dorpjes en velden in begin richting het zuiden. Joyi legt ons verschillende dingen uit en er ontstaat een leuk open contact. Op de velden wordt meestal eenmaal per jaar een rijst oogst gehaald in de natte tijd en daarna zijn het wortelen, kool, mais, mosterd zaad voor mosterdolie, enz. In het dorp Noka drinken we een kopje thee. We hebben bij ieder dorp ook twee plekken gezien waar de geesten “aanbeden” worden. Joyi legt uit: “Je wilt een goed persoon zijn, maar de slechte geesten komen om dat te verstoren. Er zijn ook goede geesten die je helpen om toch een goed persoon te zijn”. Vandaar dat ieder dorp zijn gebedsplaats heeft om de kwade geesten te weren en de goede geesten te helpen. Ook heeft ieder Shan dorp een poort bij de ingang, om de geesten tegen te houden.
Hieronder een serie beelden tijdens de wandeling:
een huis in het dorp van gevlochten matten waar we 
in dit dorp Noka de stroken voor gesneden zien worden

het slijpen van een zaag

het snijden van de bamboestroken voor matten, manden etc.

de stroken bamboe die gesneden zijn liggen te drogen

nogmaals het snijden, nu rechtop en hardere bamboe    

thee onderweg; de verkoopster bereidt vast de lunch voor

een waterbuffel op het rijstveld dat al geoogst is

het maken van stenen voor de bouw; met een pers wordt 
de “modder met wat cement erdoor” in een vorm geperst

steen voor steen wordt weggebracht om te drogen

We draaien westwaarts naar de tempel die we al een hele tijd zien. Het is de “World Peace Pagode”. Voor de tempel staat een grote wereld bol rustend op een bed van lotusbloemen met daar boven op de Boeddha. De tempel en toren staat gedeeltelijk in de stijgers en wordt opnieuw geschilderd.

de wereldbol bij de tempel

de steigers worden door Kees op veiligheid gecontroleerd

een van de graftombes voor de prinsenfamilie op het terrein

Vervolgens lopen we richting Hsipaw en komen langs een bakkerij waar we zien hoe het brood deeg wordt gemaakt, een soort cassave kroepoek en verschillende broodjes. De broodjes en cassave kroepoek gaan in plastiek zakjes en worden op de markt verkocht.

een papje van aardappels en rijst wordt gemaakt dat als beslag dient

kant en klare kroepoek ligt te drogen

de broodproducten liggen gereed

Een stukje verder op zien we dat een ander soort kroepoek wordt gemaakt, geler en de mevrouw doet voor hoe e.e.a. wordt bereidt.

het deeg wordt uitgesmeerd over een plaat om kort gebakken te worden

het gebakken “vel” wordt opgepakt ……

 …… en te drogen gehangen

de poort aan het begin van een dorp die de geesten moet tegenhouden;
hier een hele mooie

Tot slot lopen we een heel eind door de rijstvelden, maisvelden en groente velden naar de spoorlijn terug en dan terug naar het hotel. We hebben met wat onderbrekingen ca. zeven uur rond gelopen.

het doorsteken van dijkjes voor de bevloeiing
rijstvelden

door de maisvelden

 langs de spoorlijn

Na een kop thee lopen we nog even de stad in. De markt loopt al teneinde en veel is dicht. Dan horen we ook dat veel dicht is i.v.m. het Chinese Nieuwjaar.

Chinese buffalo komt knetterend voorbij

Kees in een kledingwinkel

mevrouw met als in klederdracht gevouwen hoofddoek

Net voor donker terug naar het hotel en daar weer lekker gegeten. Je zit er in of meer buiten op een mooi gedecoreerd terras. Prima vrolijk personeel. Het is voor het tweede jaar open.

Zondag 29 Januari

Op verzoek van Joyi zijn we reeds om 08:00 klaar om te vertrekken en dat doen we. Het is nog koud en we hebben onze jack nog nodig. Even buiten Hsipaw op de weg naar Mandalay (Oriental Highway) slaan we af naar de bergen toe. Bijna direct na de tempel die we passeren zijn een zestal mensen bezig de jonge rijst stekjes uit te planten. Goed zien we nu hoe zij langs een lijn de plantjes precies in lijn planten. Twee naast elkaar en dan een meter verder op wordt de lijn opnieuw gespannen. Later vullen ze de tussen gelegen gedeelte op. Dat zien we ’s middags als we terug komen.
 het poten van de jonge rijst plantjes

 2 dames planten, één heer brengt nieuwe plantjes in 2 manden over zijn rug 
en één meneer schoffelt het land glad


aan het eind van de dag komen we bij hetzelfde rijstveld terug


We rijden nu en dan via haarspeld bochten om hoog van ca. 400 m naar ca. 1100m en tochtje van ca. 20 km en stoppen bij een kleine uitspanning waar de auto blijft staan. Daar drinken we nog even een kop thee.
berglandschap 

de winkel/ het theehuis waar we thee drinken in het dorp waar de auto blijft staan

plezier met de kindjes bij het theehuis

We wandelen het dorp uit en door het land naar het volgende dorp en krijgen onderweg over allerlei zaken uitleg. Dit is over planten, voor welke je moet oppassen, over het dorsen van de mais en over hoe de grond wordt verdeeld. Eerst zien we het dorsen nu met een moderne machine waarbij de maiskolven in de trechter worden gegooid, vervolgens wordt de maiskorrel in zakken opgevangen en de pulp blijft achter op het land. Dit wordt later verbrand en de as wordt over het land verspreid. De machine met bemanning, ik telde er elf, trekt van akker naar akker afhankelijk van de grote van de akkers doen ze er drie of vier per dag. De machine zit in een soort coöperatief verband.

De kapok boom bloeit nog heel mooi vooral aan de zonnige zuidkant. De bloemen die afvallen worden wel gegeten. Zowel de onderkant na drogen als de bloem blaadjes. Joyi zegt de bodem is lekker de bloembladjes daar ben ik niet gek op, te bitter.

dorpje waar we doorlopen

 het kaf wordt machinaal van de mais geschieden en de maïskorrels worden verpakt 

kapokboom

de boom van dichtbij

Geer krijgt een verse bloem


theeplantage

onderweg komt soms een brommer, soms een Chinese buffel voorbij
Dorp Kaunglan
We lopen het dorp Kaunglan in, een dorpje waar ca. 50 gezinnen wonen en zien gelijk een klooster dat hoger op de helling. Joyi verteld dat de dorpelingen samen 15 jaar geleden begonnen zijn dit klooster te bouwen en de daar zeven wonende monniken onderhouden.
We leren dan dat eigenlijk ieder dorp z’n eigen klooster wil hebben voor de begrafenis rituelen, voor de huwelijks sluitingen, geboorten enz. Anders moet je steeds naar een ander dorp. De Boeddhistische “organisatie” speelt hierin een essentiële rol. Tegelijker tijd is er geen paus of zo iets, alleen de koning was vroeger de persoon die het Boeddhisme beschermden. Wij vinden het een behoorlijk belasting voor de 50 dorpelingen om daar het klooster en de vijf monniken voor te moeten onderhouden.
Verder lopend komen we ook bij de was plaats, stromende water is er niet. Hier wordt gewassen enz. en van hier wordt het water opgehaald en naar de huizen gebracht voor koken enz.


zo lopen we op het dorp Kaunglan toe

het klooster

in het klooster

naast de Boeddha is hier een groep jonge monnikjes aan het eten 
terwijl er één de bel luidt (voor het gebed?)

dit een typisch “ouderwets” huisje van de Shan mensen, zoals in de boekjes en internet

bij de wasplaats van het dorp

voor het spoelen trekt de jongen de stop uit het bassin

jong geleerd oud gedaan

in de buurt van de wasplaats

over het bruggetje bij de wasplaats en weer naar boven het dorp uit

de wasplaats van de andere kant, leuk zicht op het dorpje

stijgen naar het dorp Manlwal

hier zie je het platbranden van het veld goed


 platbranden van dichtbij



Baiam boom; de tak over het pad mag niet afgehakt, alleen gestut

de heilige 


Na een stijging van 240 m komen we aan bij het huis waar Joyi met zijn ouders woont. Het is het dorp Manlwal, een Palaung dorp (Palaung is een bergstam in o.a. Myanmar)

Het dorp heeft ook een poort tegen geesten, maar wel wat simpeler dan we gisteren zagen.

Het dorp heeft ook een poort tegen geesten, maar wel wat simpeler dan we gisteren zagen.
Joyi is de enige zoon, nu gehuwd en heeft drie kinderen twee jongens en een meisje resp 7, 5 en 3. Joyi vertelt dat hij naast boer ook toeristen rondleider is geworden. In het hoog seizoen doet hij geen rondleidingen maar is dan geheel nodig op het land. De familie heeft ook een thee plantage, enz. Nu in het droge seizoen kan zijn vrouw het alleen af en werkt hij als gids. Als het goed gaat is hij ca. 4 dagen per week aan het werk.



de poort aan het begin van het dorp; hier heel eenvoudig, vgl. die van gisteren

de moeder van Joyi maakt de lunch klaar, gekleed in klederdracht van de Palaung

thee vooraf aan de lunch met vader en jongste het jongste dochtertje van Joyi

Na de lunch zien we nog diverse zaken in het dorp Manlwal. We lopen door het dorp naar het klooster, zien een vrouw aan het weven met een kleine baby in een schommel wieg. Het touwtje om de wieg te laten schommel ligt naast haar. De schering loop rond een bamboestok naar een stok die zij om haar middel heeft en met haar voeten drukt zij zichzelf naar achteren om het geheel strak te krijgen. Ze is aan een tas bezig vertelt Joyi zo’n tas die je hier veel ziet met een vrij brede band over de schouder. Bijna iedere monnik heeft er een.
We komen dorpelingen tegen op weg naar het klooster. Iedereen kent Joyi.

weven 


speciale manier


baby ligt in schommelwiegje


 ........te slapen


 Een jongetje is gevallen; Joyi stolt het bloed met het vocht van een bepaalde plant 


 hier wordt thee gestoomd


vrouw met paard op weg naar het veld 


 het klooster


 het klooster van binnen 


 man met waterbuffel gaat naar het veld; zie zijn gereedschapstas op zijn rug


 Kees altijd even spelen 


 mooi zicht op het dorp Manlwal


Door de velden lopen we terug naar de auto. Des gevraagd verteld Joyi hoe hij als enig kind de kans kreeg naar de lager school te gaan en die af te maken. Daarna heeft hij in het naburige dorp waar we nu naar toe lopen de middelbare school gedaan.  Bij beide leer je wat Engels maar je kunt het dan nog niet spreken. Om Engels te kunnen leren is hij naar Mandalay gegaan. Hij is toen twee jaar monnik geweest sliep in het klooster enz. en ging naar een privé opleiding Engels spreken van elf tot vijf. Zo had hij het met de monnik overste geregeld. Na die twee jaar is hij terug naar zijn dorp gegaan getrouwd en sinds 2011 werkzaam als gids. Door het gidsen wordt zijn Engels steeds beter. Hij zou graag Frans en Duits erbij leren want daar is behoefte aan.

op de terugweg met de auto stoppen we even voor een mooie waterbuffel in bad

We laten ons afzetten bij het paleis van de laatste Shan Prins. De laatste Shan prins of zoals hij hier heet Saophas, was Soa Kya Seng. Hij regeerde van 1954 tot 1962 met zijn Oostenrijkse vrouw. Op de terugweg na een politieke bijeenkomst is hij opgepakt en gevangen gezet. Op twee gesmokkelde brieven na is er nooit meer iets van hem vernomen. Zijn vrouw en twee dochters hebben kort daarna het land verlaten en zijn naar de US gegaan.

het Shan Paleis

 nog een stadsgezicht Hsipaw; veel moskeeën kom je op het platteland niet tegen

In het schemer donker lopen we terug naar het hotel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten