donderdag 26 januari
In Hsipaw is in het Tai House
Resort voor ons gereserveerd. Dit ligt dicht bij het centrum in een rustige
zijstraat omzoomd door prachtige meer dan honderd jaar oude bomen. En men heeft
er oog voor detail: goed verzorgde bloempotten en perken, zeer voorkomende
bediening en om niet te vergeten iedere dag een ander mooie figuur van de
handdoeken op onze kamer gevouwen.
ons hotel Tai House Resort
onze bungalow
het
restaurant
Bijna direct na aankomst rijden
we met een taxi naar een pagode op de oostelijke heuvel om naar de
zonsondergang te kijken. Op de heuvel ligt ook de Theing Dhaung Pagode. De
zonsondergang is nog mooier dan in Mandalay. Een prima begin van ons driedaags
verblijf in Hsipaw, de oude hoofdstad van een aantal Shan koninkrijken.
vanaf de heuvel zicht op de Dottawaddy
de top vn de Theing Dhaung Pagode
een Boeddha met slang
zonsondergang op de
heuvel met zicht op de Dokhtawady
vrijdag 27 januari
Een tocht over de Dokhtawady
rivier van plm. 45 minuten en een wandeling naar het klooster Lon Yon vormen de
hoofdmoot van het programma vandaag. Noon is er als gids bij. Zij is een
Shan-dame uit een naburig dorp.
Het is fris, koud zelfs op het
water. De boot is eenvoudig, het is een is vrij nieuwe, open boot met
buitenboordmotor. De mist stijgt in flarden op van het warm aanvoelende water.
Al na een minuut of 20 trekt de mist op en komt de zon door.
De tocht gaat langs bomen met luchtwortels,
bootjes en bedrijvigheid aan wal.
Kees en Geer in de boot
boom met wortels die bloot zijn komen te liggen door
de erosie door het wassen van de rivier
Als we uitstappen moeten we over
een klein pad door het veld naar boven klimmen. Eerst ontmoeten we een zeer
oude vrouw die daar alleen woont.
de oude alleenwonende vrouw die door de mensen van het dorp
verderop in de gaten wordt gehouden
overzicht van haar
woning
We waren gewaarschuwd dat het
erg zwaar zou zijn, maar het valt reuze mee, slechts een meter of 100 naar
boven en we lopen over de vlakte verder.
We lopen langs bosjes, open land al of niet geploegd, een koffieboom
in het veld:
koffieplant
koffiebloesem
koffiebonen aan de boom
koffieboon
We zien een houtskool oven die in
het land is ingebouwd. En daarna langs ananassen, die in grote rijen gekweekt
worden:
ananas, jonge planten, nog geen vruchten
hier met vrucht
watermeloenen
Na een klein half uurtje zijn we
bij het Lon Yon klooster van plm. 150 jaar oud. Een rood, houten gebouw in het
midden met huizen eromheen. In het grote gebouw en de bijgebouwen wonen zo’n 50
monniken.
het rode klooster
gebouwen van buiten
We kijken rond, drinken thee en
eten ananas, terwijl Noon ons e.e.a. over de Shan vertelt.
Ca. 2000 jaar geleden (elders
lezen we 1000) komen de Shan vanuit Yunnan (zuid China) naar het Zuiden. Een
ander woord voor Shan is Tai, niet te verwarren met Thailand. Dat verklaart
trouwens ook de schrijfwijze van de naam van ons hotel: Tai House. Er is wel
voor 80% overeenkomst met Thailand in taal en verder. Ze wijst op het alfabet:
er zijn 2 Shan schrijfwijzen. Op de foto is de bovenste Shan en de 2e
regels zijn het Shan van Chinezen, dat wordt zo ongeveer als in Thailand
geschreven. Zie verder het hfst over etnische groepen.
De Boeddha (ook hier weer twee)
hebben een gele sjaal over zich heen. Dat is omdat het winter is. In het
voorjaar gaat die af en wordt Boeddha met water overgoten.
Een bijzondere verklaring is er
voor de kast vol dekens die in de tempel is: als iemand dood gaat, blijft hij
een paar dagen boven de grond, overdekt met een deken. En als de persoon dan
begraven is, schenkt men de deken aan het klooster
Er is een rijtje portretten van
bekende Shan-mensen: zij hebben de Shan-geschiedenis over Thailand
geschreven:

geschreven:

de belangrijke mensen
die de Shan-geschiedenis geschreven hebben
In het klooster zijn ook
kinderen. Bijna ieder kind gaat tussen 5 en 9 jaar voor tenminste een week naar
het klooster; het kan ook langer of zelfs heel veel langer zijn, tot een jaar.
Dit om de religieuze erfenis te leren. Op hun 20e komen ze weer een
week of langer terug. En hier als overal elders: om 4 uur opstaan, ontbijt,
bidden en wassen om 10.30 lunch, na 12 uur tot de volgende morgen niet meer
eten, alleen drinken: mediteren en studeren. Zoals je op de foto ziet, is het
niet alleen studeren en mediteren, maar ook plezier maken met de telefoon. Op
het moment dat wij er zijn, is er een groepje kinderen bezig met een vader die
van verre op bezoek is.
novice met telefoon
We varen nadat we naar de boot
terug gewandeld zijn nog een klein stukje verder tot waar de Nantu river en Nam-ma river samenvloeien
en de Dokhtawady river ontstaat. De Nam-ma river valt met mooie watervalletjes
naar beneden.
Noon in Shan-klederdracht
et samenvloeien van
de rivieren
En op de terugweg bezoeken we
uitgebreid een Shan dorp. De huizen hebben vaak drie delen: een voor Boeddha,
een om te wonen en keuken en een om te slapen. Onder
het huis wordt het vee gehouden en is ruimte voor opslag, etc. Wij gebruiken de
lunch, noodle soep, in het dorpje en daar hebben ze het restaurant gedeelte met
keuken onder het huis ingericht.
Shan dorp en huizen
het restaurant
de dame bereidt de
noodle soep
We komen langs de spoorlijn van
onze trein van gisteren. Grappig, de trein stopt in dit gehucht en er is een
heus stationnetje:
Bij de huizen is overal buiten
een balkonnetje om aan Boeddha te offeren:
En we kijken een tijdje bij het
zagen van hout met een trekzaag:
het zagen
Terug naar Hsipaw in de boot met
onderweg mooie tafereeltjes:
waterbuffels
onze boot na het uitstappen
in Hsipaw
Met Jude bespreken we in het hotel
wat er voor de komende week nog geregeld moet worden als we vanuit Mandalay
verder trekken. Jude belt met het reisbureau en we krijgen info tot en met de
gids in Kalaw en ook onze bagage zal tijdens de dagen wandelen daar worden
verzorgd.
We zitten nog een uurtje of 1,5
aan een hoge tafel op het terras van ons mooie hotel en lopen dan nog een
rondje door de stad met een biertje in een lokaal café.
Terug naar Tai House Resort en daar
lekker eten.
Dat is de eerste volle dag
Hsipaw.
de trucs op weg naar China
brandweer
opa met kleinzoon
Zaterdag
28 januari
We gaan nu twee dagen wandelen met een
lokale gids Joyi.
We krijgen gelijk een stukje historishce
informatie over Hsipaw. Joyi vertelt dat de stad in 1509 is gesticht op een
plaats gelegen ca. 2 km westelijk van de huidige stad door een toenmalige Shan
Prins. Vervolgens is de stad in 1620 verplaatst naar de oostkant van de rivier
Dokhtawady op basis van astrologische voorspellingen (het zou niet goed met de
koning aflopen). Wederom op basis van astrologische voorspellingen werd de stad
in 1717 voor de derde keer verplaats naar wat nu little Bagan heet. En de
laatste keer in 1885 naar de huidige plek. Hij denkt dat de stad hier nu zal
blijven want de laatste Prins Sao Kya Seng die vanaf 1954 regeerde en onder wie
Hsipaw bloeide is bij de militaire coupe in 1962 opgepakt en verdwenen.
Hsipaw telt ca. 170.000 inwoners en ligt
aan de oever van de Dokhtawady rivier op 460 m boven zeeniveau.
Mahamuni
Budhavasma Tempel
We lopen weg van het hotel een klein
stukje in zuidelijke richting en komen bij alweer een tempel. Deze heeft
dezelfde naam als de grote tempel in Mandalay nl. Mahamuni Budhavasma Tempel.
Joyi legt uit dat deze natuurlijk niet met bladgoud wordt bedekt, maar dat
mensen hier komen voor dezelfde respect betuiging als in Mandalay maar dat zij
niet helemaal naar Mandalay kunnen reizen. Goed onderhouden ca. 150 jaar oud.
de Mahamuni Budhavasma tempel in Hsipaw
de drum waarmee
festiviteiten, gebeden, etc. worden aangekondigd
Daarna lopen we door de dorpjes en
velden in begin richting het zuiden. Joyi legt ons verschillende dingen uit en
er ontstaat een leuk open contact. Op de velden wordt meestal eenmaal per jaar
een rijst oogst gehaald in de natte tijd en daarna zijn het wortelen, kool,
mais, mosterd zaad voor mosterdolie, enz. In het dorp Noka drinken we een kopje
thee. We hebben bij ieder dorp ook twee plekken gezien waar de geesten
“aanbeden” worden. Joyi legt uit: “Je wilt een goed persoon zijn, maar de slechte
geesten komen om dat te verstoren. Er zijn ook goede geesten die je helpen om
toch een goed persoon te zijn”. Vandaar dat ieder dorp zijn gebedsplaats heeft
om de kwade geesten te weren en de goede geesten te helpen. Ook heeft ieder
Shan dorp een poort bij de ingang, om de geesten tegen te houden.
Hieronder een serie beelden tijdens de
wandeling:
een huis in het dorp van gevlochten matten waar we
in dit dorp Noka de stroken voor gesneden zien worden
het slijpen van een zaag
het snijden van de bamboestroken voor matten, manden etc.
de stroken bamboe die gesneden zijn liggen te drogen
nogmaals het snijden, nu
rechtop en hardere bamboe
thee onderweg; de verkoopster bereidt
vast de lunch voor
een waterbuffel op het rijstveld dat al geoogst is
het maken van stenen voor de bouw; met een pers wordt
de “modder met wat cement erdoor” in een vorm geperst
steen voor steen wordt weggebracht om te drogen
We draaien westwaarts naar de tempel die
we al een hele tijd zien. Het is de “World Peace Pagode”. Voor de tempel staat
een grote wereld bol rustend op een bed van lotusbloemen met daar boven op de
Boeddha. De tempel en toren staat gedeeltelijk in de stijgers en wordt opnieuw
geschilderd.
de wereldbol bij de tempel
de steigers worden door Kees op veiligheid gecontroleerd
een van de graftombes voor
de prinsenfamilie op het terrein
Vervolgens lopen we richting Hsipaw en
komen langs een bakkerij waar we zien hoe het brood deeg wordt gemaakt, een
soort cassave kroepoek en verschillende broodjes. De broodjes en cassave
kroepoek gaan in plastiek zakjes en worden op de markt verkocht.
een papje van aardappels en rijst wordt gemaakt dat als beslag dient
kant en klare kroepoek ligt te drogen
de broodproducten liggen gereed
Een stukje verder op zien we dat een
ander soort kroepoek wordt gemaakt, geler en de mevrouw doet voor hoe e.e.a.
wordt bereidt.
het deeg wordt uitgesmeerd over een plaat om kort gebakken te worden
het gebakken “vel” wordt opgepakt ……
…… en te drogen gehangen
Tot slot lopen we een heel eind door de
rijstvelden, maisvelden en groente velden naar de spoorlijn terug en dan terug
naar het hotel. We hebben met wat onderbrekingen ca. zeven uur rond gelopen.
Na een kop thee lopen we nog even de
stad in. De markt loopt al teneinde en veel is dicht. Dan horen we ook dat veel
dicht is i.v.m. het Chinese Nieuwjaar.
Chinese buffalo komt knetterend voorbij
Kees in een kledingwinkel
mevrouw met als in
klederdracht gevouwen hoofddoek
Net voor donker terug naar het hotel en
daar weer lekker gegeten. Je zit er in of meer buiten op een mooi gedecoreerd
terras. Prima vrolijk personeel. Het is voor het tweede jaar open.
Zondag
29 Januari
Op verzoek van Joyi zijn we reeds om
08:00 klaar om te vertrekken en dat doen we. Het is nog koud en we hebben onze
jack nog nodig. Even buiten Hsipaw op de weg naar Mandalay (Oriental Highway)
slaan we af naar de bergen toe. Bijna direct na de tempel die we passeren zijn
een zestal mensen bezig de jonge rijst stekjes uit te planten. Goed zien we nu
hoe zij langs een lijn de plantjes precies in lijn planten. Twee naast elkaar
en dan een meter verder op wordt de lijn opnieuw gespannen. Later vullen ze de
tussen gelegen gedeelte op. Dat zien we ’s middags als we terug komen.
het poten van de jonge rijst plantjes
2 dames planten, één heer brengt nieuwe plantjes in 2 manden over zijn rug
en één meneer schoffelt het land glad
aan het eind van de dag komen we bij
hetzelfde rijstveld terug
We rijden nu en dan via haarspeld
bochten om hoog van ca. 400 m naar ca. 1100m en tochtje van ca. 20 km en
stoppen bij een kleine uitspanning waar de auto blijft staan. Daar drinken we
nog even een kop thee.
berglandschap
de winkel/ het theehuis waar we thee drinken in het dorp waar de auto blijft staan
plezier met de kindjes bij
het theehuis
We wandelen het dorp uit en door het
land naar het volgende dorp en krijgen onderweg over allerlei zaken uitleg. Dit
is over planten, voor welke je moet oppassen, over het dorsen van de mais en
over hoe de grond wordt verdeeld. Eerst zien we het dorsen nu met een moderne
machine waarbij de maiskolven in de trechter worden gegooid, vervolgens wordt
de maiskorrel in zakken opgevangen en de pulp blijft achter op het land. Dit
wordt later verbrand en de as wordt over het land verspreid. De machine met
bemanning, ik telde er elf, trekt van akker naar akker afhankelijk van de grote
van de akkers doen ze er drie of vier per dag. De machine zit in een soort
coöperatief verband.
De kapok boom bloeit nog heel mooi vooral
aan de zonnige zuidkant. De bloemen die afvallen worden wel gegeten. Zowel de
onderkant na drogen als de bloem blaadjes. Joyi zegt de bodem is lekker de
bloembladjes daar ben ik niet gek op, te bitter.
dorpje waar we doorlopen
het kaf wordt machinaal van de mais geschieden en de maïskorrels worden verpakt
kapokboom
de boom van dichtbij
Geer krijgt een verse bloem
theeplantage
onderweg komt soms een brommer, soms een Chinese buffel voorbij
Dorp Kaunglan
We lopen het dorp Kaunglan in, een
dorpje waar ca. 50 gezinnen wonen en zien gelijk een klooster dat hoger op de
helling. Joyi verteld dat de dorpelingen samen 15 jaar geleden begonnen zijn
dit klooster te bouwen en de daar zeven wonende monniken onderhouden.
We leren dan dat eigenlijk ieder dorp
z’n eigen klooster wil hebben voor de begrafenis rituelen, voor de huwelijks
sluitingen, geboorten enz. Anders moet je steeds naar een ander dorp. De
Boeddhistische “organisatie” speelt hierin een essentiële rol. Tegelijker tijd
is er geen paus of zo iets, alleen de koning was vroeger de persoon die het
Boeddhisme beschermden. Wij vinden het een behoorlijk belasting voor de 50
dorpelingen om daar het klooster en de vijf monniken voor te moeten
onderhouden.
Verder lopend komen we ook bij de was
plaats, stromende water is er niet. Hier wordt gewassen enz. en van hier wordt
het water opgehaald en naar de huizen gebracht voor koken enz.
zo lopen we op het dorp Kaunglan toe
het klooster
in het klooster
naast de Boeddha is hier een groep jonge monnikjes aan het eten
terwijl er één de bel luidt (voor het gebed?)
dit een typisch “ouderwets” huisje van de Shan mensen, zoals in de boekjes en internet
bij de wasplaats van het dorp
voor het spoelen trekt de jongen de stop uit het bassin
jong geleerd oud gedaan
in de buurt van de wasplaats
over het bruggetje bij de wasplaats en weer naar boven het dorp uit
de wasplaats van de andere kant, leuk zicht op het dorpje
stijgen naar het dorp Manlwal
Na een stijging van 240 m komen we aan
bij het huis waar Joyi met zijn ouders woont. Het is het dorp Manlwal, een
Palaung dorp (Palaung is een bergstam in o.a. Myanmar)
Het dorp heeft ook een poort tegen
geesten, maar wel wat simpeler dan we gisteren zagen.
Het dorp heeft ook een poort tegen
geesten, maar wel wat simpeler dan we gisteren zagen.
Joyi is de enige zoon, nu gehuwd en
heeft drie kinderen twee jongens en een meisje resp 7, 5 en 3. Joyi vertelt dat
hij naast boer ook toeristen rondleider is geworden. In het hoog seizoen doet
hij geen rondleidingen maar is dan geheel nodig op het land. De familie heeft
ook een thee plantage, enz. Nu in het droge seizoen kan zijn vrouw het alleen
af en werkt hij als gids. Als het goed gaat is hij ca. 4 dagen per week aan het
werk.
de poort aan het begin van het dorp; hier heel eenvoudig, vgl. die van gisteren
Na de lunch zien we nog diverse zaken in
het dorp Manlwal. We lopen door het dorp naar het klooster, zien een vrouw aan
het weven met een kleine baby in een schommel wieg. Het touwtje om de wieg te
laten schommel ligt naast haar. De schering loop rond een bamboestok naar een
stok die zij om haar middel heeft en met haar voeten drukt zij zichzelf naar
achteren om het geheel strak te krijgen. Ze is aan een tas bezig vertelt Joyi
zo’n tas die je hier veel ziet met een vrij brede band over de schouder. Bijna
iedere monnik heeft er een.
We komen dorpelingen tegen op weg naar
het klooster. Iedereen kent Joyi.
weven
speciale manier
baby ligt in schommelwiegje
........te slapen
Een jongetje is gevallen; Joyi stolt het bloed met het vocht van een bepaalde plant
hier wordt thee gestoomd
vrouw met paard op weg naar het veld
het klooster
het klooster van binnen
man met waterbuffel gaat naar het veld; zie zijn gereedschapstas op zijn rug
Kees altijd even spelen
mooi zicht op het dorp Manlwaly
Door de velden lopen we terug naar de
auto. Des gevraagd verteld Joyi hoe hij als enig kind de kans kreeg naar de
lager school te gaan en die af te maken. Daarna heeft hij in het naburige dorp
waar we nu naar toe lopen de middelbare school gedaan. Bij beide leer je wat Engels maar je kunt het
dan nog niet spreken. Om Engels te kunnen leren is hij naar Mandalay gegaan.
Hij is toen twee jaar monnik geweest sliep in het klooster enz. en ging naar
een privé opleiding Engels spreken van elf tot vijf. Zo had hij het met de
monnik overste geregeld. Na die twee jaar is hij terug naar zijn dorp gegaan
getrouwd en sinds 2011 werkzaam als gids. Door het gidsen wordt zijn Engels
steeds beter. Hij zou graag Frans en Duits erbij leren want daar is behoefte
aan.
op de terugweg met de auto
stoppen we even voor een mooie waterbuffel in bad
We laten ons afzetten bij het paleis van
de laatste Shan Prins. De laatste Shan prins of zoals hij hier heet Saophas,
was Soa Kya Seng. Hij regeerde van 1954 tot 1962 met zijn Oostenrijkse vrouw.
Op de terugweg na een politieke bijeenkomst is hij opgepakt en gevangen gezet.
Op twee gesmokkelde brieven na is er nooit meer iets van hem vernomen. Zijn
vrouw en twee dochters hebben kort daarna het land verlaten en zijn naar de US
gegaan.
het Shan Paleis
In het schemer donker lopen we terug
naar het hotel.





























































































































Geen opmerkingen:
Een reactie posten