maandag 30 januari 2017

11 Hsipaw-Mandalay-Thazi-Kalaw, maandag 30 jan. t/m donderdag 2 febr.

maandag 30 januari
We vertrekken om 08:00 uur terug van Hsipaw naar Mandalay 215 km. Na ca. 15 min. stoppen we bij de grootste tempel in het Shan gebied, noord Myanmar. De Bawgyo Pagode/tempel. Volgens de legendes is de eerste Boeddha hier al vereerd sinds 2040 jaar geleden. Vervolgens zijn in de dertiende eeuw onder het bewind van de Bagan Koning Narapatisithu uit een groot stuk hout acht Boeddha’s gemaakt. Vier van deze Boeddha’s staan hier in de centrale tombe opgesteld. De andere vier zijn op strategische punten in het  Shan gebied verspreid. De vier houten Boeddha’s worden tijdens het grootse Tabaung festival (de februari/maart volle maan) publiekelijk rond gedragen. Er is ook nog het verhaal dat de overblijfselen van het hout van de acht Boeddha beeldjes werden begraven en dat daar op wonderbaarlijke wijze een nieuwe boom is gegroeid.

Het is een groot complex met veel glitter en met veel “bewakers” om te helpen dat er geen boze geesten het complex binnenkomen.

Bawgyo Pagode/tempel
   
heel veel spiegeltjes in deze tempel, prachtig

de Boeddha heeft een beetje een vreemd gezicht van alle blaadjes houd die op hem zijn geplakt


een van de bewakers    

een van de twee geesten, buiten de tempel in een hokje

een klein Boeddhaatje, een leerling?

Op de weg terug zien we dus hetzelfde als een paar dagen ervoor op de heenweg, alleen nu vanuit de auto. De trein hobbelde en stootte, maar de weg mag er in dat opzicht ook zijn. het uitzicht is weer mooi. Ook zien we hoe het land intensief wordt verbouwd. Eigenlijk is er geen stukje land dat vlak is dat niet wordt verbouwd.Net NL.
Onderweg, vlakbij het grote spoorweg viaduct Gokteik stappen we even uit.
En dan gaan wij over de weg de “canyon” in. We hebben ze niet geteld maar het zijn ca 20 haarspeldbochten aan weerszijde en de weg loopt behoorlijk stijl. De grote vrachtauto’s rijden allemaal in hun eerst versnelling. De banden zijn gitzwart en de meesten roken van het remmen c.q. het optrekken. Er gaat op deze hellingen heel wat rubber de lucht in.
Verder krioelen de gewone personen auto’s en busjes tussen de vrachtwagens door. Bedoeld is hier, dat de vrachtauto’s bij het klimmen en dalen de buiten bochten nemen en dat de kleinere auto’s via de binnenbocht passeren. Er wordt dus om de andere keer rechts of links ingehaald. Dit gaat overigens regelmatig met veel getoeter gepaard. Dit als op de grote snelweg naar Yunnan in China. Jude vertelt overigens dat al die vracht bij de grens met China wordt omgeladen van Myanmar vrachtauto’s naar Chinese vrachtauto’s bij de grens. Dat is de reden dat je geen enkele Chinese vrachtauto ziet.

boom bij autostop

Op het laatst van deze vijf uur durende tocht wordt de lucht steeds grijzer, naarmate we lager komen. Een uur voor Mandalay stoppen we bij een theehuis om een eenvoudige noodle lunch te nuttigen.
‘s Middags even in het hotel en eind van de middag naar de stad. We lopen weer langs de slotgracht van 2 bij 2 km, nu aan de oostkant en eten bij Unique Myanmar waar we goede herinneringen aan hebben van vorige week.

dinsdag 31 januari - Mandalay
We hebben een laatste volle dag Mandalay en we gaan naar de oostkant van het koninklijk paleis waar we nog een aantal pagodes op de kaart zien staan, vlakbij de Mandalay Hill. We lopen de 2 km langs de gracht en de oostkant van het koninklijk paleis, daar bekijken we een paar dingen.

Sandamuni Pagode
Op het bord staat dat het in al deze huisjes gaat om commentaar en sub commentaar t.a.v. de onderwijzingen van Boeddha opgetekend in de Sutta, Vinaya, Abhidhamma, de Tripitaka geschriften. Het zijn dus commentaren op, op de boeken van de “Tripitaka” die we in op de eerste dag hier in Mandalay bezoeken bij de nabijgelegen Kuthadow Pagode. Daar zijn ze gegraveerd in 729 marmeren tabletten. De commentaren zijn in een soort zand steen gegraveerd, in totaal 1774 tabletten die opnieuw elk een voor een in een kleine stupa staan opgesteld. Het is nu in bijna militaire opgstelde rijen. De witte stupa’s schitteren onder de zon. Koning Ukhan Ti TheHermint heeft deze pagode in 1913 opgericht.
De stupa’s staan in lange witte rijen achter elkaar.

Sandamuni Pagode    

Sandamuni Pagode



Atumashi Kyaung Pagode (?)

We twijfelen of dit de Pagode is die we zoeken. Het is wel de plaats op de kaart en op een bord staat o.a. Kyaungdawgiwi, hij zou ook in 1990 gebouwd kunnen zijn en is niet erg opzienbarend, maar de bijzondere terrassen die volgens het boekje naar het altaar gaan, zien we niet. Wel is er een bruiloft aan de gang en we moeten veel moeite doen om de lekkernijen die op lage tafeltjes staan en die er heel verleidelijk uitzien af te slaan. Het voelt als heel onbeleefd.

Atumashi Kyaung Pagode(??

bruiloft in de tempel


We zoeken nog een tempel, maar dat blijkt de Golden Pagode te zijn die we al gezien hebben. Het grote gebouw erachter mogen we niet in zonder opnieuw entree te betalen. Het lijkt ons niet interessant genoeg. We lopen verder en zien de Sasana Myanmar Universiteit met een Big Ben klok bij de ingang.
de Big Ben op de  universiteit


Het een beetje gericht, een beetje ongericht lopen is leuk. Terug naar waar we begonnen te wandelen (hoek van de gracht) lopen we langs de 62e straat, niet al te druk. Weer valt de ruim opgezette stad met veel groene bomen op. Langs de straat zien we klooster na klooster, de stad staat er vol mee. De woonhuizen hier zien er goed uit, de meesten hebben een dakterras waar je met een wenteltrap heengaat.

mooie huizen langs de straat waar we lopen, parallel aan de oostkant van het paleis    


Wat ons verbaast is dat bij een bank  grote pakken geld in een open tuk-tuk worden aangevoerd en zonder enige beveiliging naar binnen wordt gedragen. Binnen wordt het op een grote stapel gelegd, open en bloot. Zeker 10 pakken zoals op de foto. Waar tref je dat nog aan? We zien het bij een andere bank nog eens, kennelijk is tussen de middag een goede tijd om geld af te leveren.

geldvervoer    

We lunchen bij het inmiddels vertrouwde Unique Myanmar en gaan per taxi terug naar het hotel. Pakken, dutje, theedrinken, bloggen en lezen.

’s Avonds eten we vroeg bij “ A Little Bit of Mandalay” en dan de rest pakken en vroeg naar bed.

 
   restaurant a little bit of Mandalay

woensdag 1 februari
Om zes uur vertrekt de trein naar Thazi, de bestemming van vandaag, een 120 km in drie uur. Thazi is een doorgangsplaats, we zijn op weg naar Kalaw, waar we een driedaagse wandeling naar het Inle Lake gaan maken. Van Thazi naar Kalaw gaat alleen ’s ochtends een trein of misschien ook om drie uur ’s middags maar dan zien we weinig van de trein tocht die ongeveer als de mooiste van Myanmar beschreven staat. Het moet weliswaar erg bonkig zijn op houten banken en meer dan zes uur duren over een stuk van nog geen hemelsbreed 80 km,  met bochten door de bergen zal het 120 zijn. Maar dat lijkt ons nu juist leuk. Om die ochtend trein te halen, hebben we dus een extra dag nodig in Thazi, een doorgangsplaats op het kruispunt van de toeristische tochten van Yangon naar Mandalay en Inle Lake naar Bagan.
Dat betekent vroeg opstaan. De taxi van 5.15 blijkt de taxi van San te zijn, dat is leuk en stelt ons gerust: het zal nu wel goed komen met de trein. En dat is ook zo. Hij heeft de treintickets bij zich en geleidt ons door het station naar onze Upper Class coupƩ. Kort voor het vertrek van de trein komt hij nog even afscheid nemen, wilde wachten tot de trein vertrokken is.
Precies op tijd vertrekt de trein; het is de trein naar Yangon die we over een weken weer zullen nemen.
Het eerste uur is het nog donker, gordijntjes en luik met spleetjes zijn dicht. Daarna doen we dat open en kunnen we naar buiten kijken. Het waait wel een beetje, maar we hebben onze fleece.
Drie uur lang kijken we naar buiten naar het platte land. Allerlei akkers, hopen hooi, palmbomen, allerlei vergezichten. In de trein komen voortdurend verkopers en verkoopsters voorbij. We houden op de kaart bij wanneer de trein stopt, om te weten wanneer we eruit moeten. Dat is ongeveer de vierde stop. De mensen om ons heen en de conducteur zijn hierbij behulpzaam.

Een mooi tochtje.

hooischelven

bonen 

 palmbomen mooi op rij

 koeien langs de spoorlijn

zonnebloemen

aankomst in Thari

station


Het is 500 m lopen naar het Moon Light Guesthouse aan de hoofdstraat van Thazi. Plezierig, simpel, een stuk of zes kamers. We zitten nu in een geheel niet toeristisch stadje. Er zijn een behoorlijk aantal zgn horse-car taxi’s die nu enkel door de plaatselijke bewoners worden gebruikt.

het Moon Light Guesthouse

onze kamer

een van de dames van het guesthouse

Er is hier weinig te doen volgens het boekje. Echter er is een heel grote pagode die we vanuit de trein al gezien hebben. En er is deze week een festival wat betekent dat er rond de pagode van alles te doen is.
Voordat we erheen gaan verkennen we het station nog eens. Het blijkt inderdaad zo te zijn dat we morgen een uur voor vertrek pas kaartjes kunnen kopen.

Kees informeert bij het loket in Thazi


We lopen de richting van de pagode uit en beginnen als we bijna het stadje uit zijn met een kopje thee. Dat gaat hier (en elders) zo: je betaalt voor een kopje koffie met veel melk en suiker en je krijgt er gratis thee bij, vele kleine kopjes drinken we. Op de thermometer is het 30 graden (11 uur ’s morgens). Er is hier zelfs WiFi en die doet het nog ook, dus we kunnen het laatste nieuws over de gruwelen van Trump lezen en email checken. Dat is toch wel een heel stuk verder dan een paar jaar geleden. Er zijn hier ook veel bromfietsen, goed onderhouden, behoorlijk nieuw. Bijna geen personenauto’s. het vervoer gaat met paard en koetsje. De paardjes zijn klein. Op de hoofdweg van het dorp rijden wel vrachtauto’s, volgeladen en veel lawaai makend. Wij slapen aan de straat dus zijn benieuwd hoe dat vannacht zal gaan (blijkt mee te vallen).

straatbeeld

langs de weg sjieke huizen

 ….. en eenvoudiger behuizing

Het is bijna een uur lopen naar de pagode, inclusief het een paar straten te ver naar het westen lopen en weer terug. Vriendelijke mensen wijzen ons de richting, een dame vergezelt ons zelfs een stuk.
Bij de pagode is een grote markt met van alles en nog wat. Bijvoorbeeld heel, heel grote speelgoedberen, en poppenserviesjes. En veel gebak. Een kind wordt door zijn moeder de marktvrouw tussen de kraampjes gewassen.

De naam van de pagode achterhalen we niet. We kunnen naar binnen waar een grote Boeddha staat het is dus een tempel zoals Jude ons heeft uitgelegd. Hier is binnen in nog een binnenste cirkel gebouwd waarbinnen de Boeddha en zijn trawanten zitten. Voor het eerst is het er helemaal donker. Maar als we flitsen krijgen we prachtige beelden te zien, weer met veel spiegeltjes op de muren geplakt. En schilderingen achter het beeld. Op de muren zijn gebeeldhouwde schilderijtjes. Deze tempel heeft twee verdiepingen. Met een trap naar boven, mooi uitzicht.

de kraampjes op het festival bij de pagode

lekkernijen


nog meer lekkernijen

jongetje wordt gewassen voor de toonbank

de pagode die we vanuit de trein al zagen liggen

het is donker in de tempel, met flits komt er een prachtige Boeddha te voorschijn

met mooi schilderwerk om een van de omringende Boeddha’s

beeldhouwwerk schilderijtjes

we kunnen naar boven klimmen en hebben dan dit uitzicht; 
we proberen de spoorrails te vinden


We lopen weer terug, nu langs de groenteafdeling en de weg terug naar het dorp. Bij elkaar 6,5 km heen en terug. We zoeken of we een beetje goed theehuis zien, zoeken op hoop van zegen de beste uit. We eten rijst, omelet en gekookte groente. En het wordt gezegend, zowel lunch als diner gebruiken we hier na duidelijk gemaakt te hebben dat de borden droog moeten zijn en er geen peterselie etc. op mag.  En onze magen protesteren niet. Het is er gezellig vol, alleen maar mannen. Dat is in alle theehuizen zo: af en toe een paar vrouwen. De baas van het theehuis bestiert alles goed, gekleed in hemd met blote armen. Hij maakt koffie af en aan. Er staat een grote ketel koffie op het vuur. Met een sierlijke boog giet hij eerst ontzettend veel koffiemelk in een kopje of bierpul, doet er een hand suiker bij en giet dan uit de ketel koffie erbij. Op de foto zie je links een donkerbruine bus. Daar zit thee in: een handje the in een pot of thermoskan en dan kokend water erop. De thee is hier als elders lekker, het lijkt iets minder gebrand, de smaak zit tussen zwarte thee een Chinese thee in. Een ding is wat minder: er lopen kinderen te bedienen. Leuke jochies die nog zouden moeten spelen of naar school gaan.

 
het theehuis waar we lunchen

koffie wordt in bierpullen met heel veel koffiemelk geserveerd. Links de theebus


Op de kamer tijdens het heetst van de dag en aan het eind van de middag een wandelingetje. We zien zowaar een grote mooie moskee, zijn te lui om terug te gaan om het fototoestel op te halen Bij het diner  in theehuis kopen we gekookte eieren voor in de trein. Ze gaan loeiheet in een plastic zakje, dus hygiĆ«ne verzekerd.

donderdag 2 februari
Geer’s verjaardag wordt grotendeels in de hotsende trein naar Kalaw doorgebracht. Met als traktatie prachtige uitzichten. Deze treintocht staat te boek als een van de mooiste treinritten van het land en ook wij zijn er heel enthousiast over.
Om 7 uur vertrekt de trein. Tegen half zes staan we gereed om naar het station te lopen als een man van een paardentaxi op onze deur klopt; is kennelijk voor ons besteld door het guesthouse. We gaan op het aanbod in en komen per koetsje bij het station aan. De kaartjesverkoper neemt ons mee, we lopen over het spoor heen naar een ander perron en kopen daar kaartjes. Het gaat er voor ons doen heel primitief aan toe. Er zijn nog kartonnen kaartjes zoals wij vijftig jaar geleden hadden. Ons kaartje voor de upperclass is trouwens een ander papiertje. De andere worden ook verkocht.
Nog weer twee sporen over, alles in het donker en om zes uur staan we gereed. De meeste verkoopsters slapen nog. Het is wel een spectaculair begin van een verjaardag: met een koetsje naar het station, een antiek kaartjesloket en in het donker over de spoorrails klauteren, vlak voor de locomotief van een stilstaande trein met draaiende motor langs. Een verjaardag is ook een beetje terugkijken, welnu de gedachten gaan inderdaad terug naar hoe het vroeger bij ons toeging..

In het kamertje voor de kaartverkoop wordt onze paspoortnaam en nummer op geschreven

de ouderwetse kartonnen kaartjes

Kees betaalt

onze kaartjes


over de spoorrails met onze rugzak

 …klauteren we het perron op

 op het perron


daar komt de locomotief van onze trein 

 verkoop op het perron als we al in de trein zitten; inmiddels is het licht


De trein is ouder dan die van gisteren. Wij zitten weer prima in de upperclass, geen houten  banken. Eerst is het landschap nog vlak. Hij rijdt bij een brug over een riviertje stapvoets en luid krakend. Zou hij het halen of stort alles in elkaar? Als we dat een paar keer meegemaakt hebben, is het niet meer eng. De begroeiing is heel anders dan gisteren. Alleen in het begin nog bouwland, daarna een woestijnachtig landschap, met stekelige bosjes en cactussen. Af en toe een water of watertjes.

bij de spoorwegovergang wordt met een groene vlag gewapper

zonsopkomst

eerst nog bouwland

een water dat we overgaan

steeds droger en dorder


En dan gaan we de bergen in. De locomotief moet er hard aan trekken, soms bijna stapvoets. Eerst is het heuvelachtig, maar het wordt dan behoorlijk bergachtig. Veel bossen en later komen we langs bergdorpen en daar is weer veel akkerbouw, op vrij steile bergen. Dat betekent ook terrasbouw. Leuk om door dorpjes te rijden en daar ook soms te stoppen. De trein klimt moeizaam verder langs de helling omhoog en dan stopt de trein en rijd achteruit verder. Op het boordje staat “Zigzag Reverse A”. De wissel is omgegooid en de trein klimt verder omhoog in teruggaande richting. Na enige tijd wordt er opnieuw gestopt wissels omgegooid en klimt de trein weer verder omhoog met de lok weer vooraan. Dit zigzaggen van een trein in de bergen hebben we nog nooit meegemaakt met deze twee “haarspeld bochten” heeft de trein ca. 150 meter hoogte gewonnen. Een poosje later herhaald hetzelfde zich nu iets langer waardoor de hoogte winst ca. 250 meter is. Daarna passeren we het hoogste punt 4608 voet = 1415 meter. We zijn van Thazi ca. 200 m boven zee niveau naar 1415 m boven zeeniveau gestegen en daar waren de zigzaggen voor nodig. We eindigen in Kalaw op 1311 m boven zeeniveau en daar zullen we op het hoogste punt van onze reis Geer’s verjaardag vieren.
Overigens na al dit technische gekeuvel moet vooral gezegd worden dat het uitzichten over de begroeiden bergen, met enerzijds bossen anderzijds landbouwakkers fantastisch is. De gids heeft niets te veel voorspeld.

De reis duurt 6,5 uur, om half twee zijn we in Kalaw. Omdat er niet  zoals ons schema zegt iemand staat om ons op te halen, bellen we en dan is er snel een auto die ons naar het Dream Hotel brengt, een betere naam voor Geer’s verjaarsdag hotel konden we niet bedenken.

 droog met cactussen

 ossenkar

 de trein met de open raampjes rijdt door de bergen

af en toe wat water

 en in de bergen begint de akkerbouw weer bij de bergdorpjes; droog en er is net geoogst

bij de iets belangrijker spoorwegovergangen staat altijd iemand met een groene vlag

het wordt steeds bergachtiger

en hier terrasbouw

We trekken er na een kopje thee op uit om Kalaw te verkennen.
Aung Chang Tha Zedi Pagode
Deze pagode is vlakbij het hotel. Hij zit van buiten en van binnen vol met spiegeltjes en weer de vele kleuren lampjes rond het hoofd van de Boeddha. Die verlichting wordt hier kennelijk heel mooi gevonden.
Sikh tempel
We lopen via de markt door naar een Sikh tempel die we hier eigenlijk niet verwachten.
Het is van buiten een onooglijk gebouwtje. Onderin is een winkel en een naaiatelier. Boven is de tempel, een grote kamer, vrij sober ingericht. Niet bijzonder maar wel leuk om hier te zien.
Moskee
Vervolgens even aan bij de grote moskee die er aanzienlijk beter uitziet. Zo te zien wonen hier toch heel wat moslims. De buitenkant is groen en met aardige “kantelen

 Aung Chang Tha Zedi Pagode 

de pagode van binnen

Sikh tempel

dame onder de Sikh tempel 

de moskee


Het doel van deze middag is de bezienswaardigheid Zeven Grotten Pagode. Het is een lekkere wandeling.
Onderweg zien we het teren van de weg. Dat gaat er heel anders toe dan bij ons het asfalteren. Eerst een laag dikke keitjes (plm 4 cm) op teer. Dan komt er een laag dunnere kleine kiezels overheen. Dat alles wordt in gewalst vervolgens nog fijnere grind en fijn zand en opnieuw de wals.

                                             
 het teren van de weg 


Shwe Oo Min Pagode / Zeven Grotten Pagode
Het is een enorm complex. Eerst al de stupa’s: rijen wit met goud. En eromheen nog een serie Boeddha’s en Boeddhaatjes. Maar bijzonder zijn de duizenden Boeddha’s in de zeven grotten. Wat een toestand. Hoe meer Boeddha’s des te belangrijker is Boeddha? En als je maar veel tot Boeddha’s bidt en Boeddha’s laat plaatsen, is dat onderdeel van een goed leven en dat is weer belangrijk voor je volgende leven. Vol verbazing lopen we rond, met een zaklantaarn omdat de verlichting is uitgevallen.
bij de ingang van de pagode

een Boeddha buiten

enkele van de talloze Boeddha’s in de grotten van de pagode

 idem

 idem

 idem


4230 weer buiten nog een rondje langs de stupa’s

Op de terugweg moeten we wel verdwaald zijn, want we doen er langer over. Na verschillende keren vragen en kaartjes bestuderen zijn we nog net voor donker in het hotel.
We gaan Geer’s verjaardag vieren bij de Seven Sisters restaurant dicht bij het hotel en ook door hen aanbevolen. We hebben we een heerlijk verjaarsdiner en bestellen voor het eerst deze vakantie een flesje rode wijn uit deze provincie. Het is een mooie smaakvolle wijn beter dan we verwacht hadden. De druiven groeien op relatief hoge hoogte.  We filosoferen over waar we allemaal al in het buitenland verjaardag hebben gevierd en hoe.

Verjaarsdiner: helemaal jarig, Geer probeert zelfs een salade
en: het loopt goed af


Links Birmese en rechts Shan klederdracht

En morgen begint de driedaagse wandeling!!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten