dinsdag 28 februari
Na een lekkere omelet op het
terras van het mooie Irawadee resort brengt een taxi ons naar het busstation
dat we gisteren al verkend hebben. We zorgen dat we er om kwart voor acht zijn
om met gemak de bus van half 9 te halen en we hebben veel geluk: het busje van
half acht is nog niet weg en wij kunnen erbij. In totaal zo’n 12 mensen, wij de
enige witte. Het is 232 km en om een uur of één zijn we op het busstation. De
weg erheen: eerst klimmen we erg, dan weer wat naar beneden. Steeds is het een
bosachtige omgeving met af en toe een dorp. De weg is heel goed en het busje
rijdt flink door. Op de kaart zien we dat we de afslag naar Kamphaeng Phet waar
we drie jaar geleden waren. Een stukje verder komen we door Oud Sukhotai, we
herkennen gelijk de tempels die we bezocht hebben en we rijden langs dezelfde
weg als 3,5 jaar geleden toen we hier in Oud Sukhotai onze eerste reis door
Thailand begonnen. Eigenlijk grappig, drie en halfjaar geleden van hieruit naar
westen en vervolgens noord Thailand, nu naar het oosten en vervolgens zuid
Thailand.
Twee uur later komen we in Phitsanulok
aan en nemen een tuk-tuk van het busstation naar ons onderkomen het BonBon
Guesthouse, een simpele, maar goede kamer.
Omdat het warm is gaan we ’s
middags naar het museum. Heen met een tuk-tuk en terug lopend. Het museum is
niet koel, maar goed te hebben. Het museum is tot stand gekomen door een
verzamelaar, een Thaise arts. Het heeft in 3 houten huizen met
gebruiksvoorwerpen, foto’s van de geschiedenis en van de rivier, etc. weer. Een
beetje een allegaartje, maar leuk om te zien. Er zijn verschillend
schoolklassen die de oude voorwerpen ook gedemonstreerd krijgen: hoe men
vroeger vis ving, enzovoort.
een kamer
van vroeger
We lopen terug, het is minder
ver dan we denken en we lopen verder langs de Nan rivier en terug door de stad.
Tegenover ons guesthouse is een biercafé met heel veel soorten bier.
huizen
op terugweg museum
drukpers
bij wandeling in stad
In onze straat is ook een fris
uitziend restaurantje, daar eten we; het menu blijkt iets minder rijk dan we
vermoeden: we eten er cashew noten en chicken wings.
We zien nauwelijks toeristen en
het is verder ook vrij rustig. Zelfs de nachtmarkt is niet druk
woensdag 1 maart
Phitsanulok is voor zowel het
koninkrijk Sukhothai als het latere Ayuatthaya een strategisch belangrijke
plaats. Voor Sukhotai is het de afbrokkelende hoofdstad van het tanende rijk,
dat rond 1438 door Ayuatthaya wordt overgenomen. Dan wordt Phitsanulok een
provinciehoofdstad met een strategische legerbasis in de strijd tegen de
Birmezen.
Er zijn twee belangrijke tempels
die we hier gaan zien. Vanuit ons guesthouse lopen we langs de rivier omhoog,
waar beide tempels dicht bij elkaar liggen.
Wat Phra Si Ratana Mahatat
Bij ver de belangrijkste. Een 14e
eeuwse tempel die wonder boven wonder de grote brand in Phitsanulok in 1957
overleeft.
Van buiten is vooral de
prachtige gouden stupa te bewonderen die boven het tempeldak uitsteekt
Er komt een grote stroom van
bedevaartgangers naar deze tempel om de Boeddha in deze tempel te vereren. De
Boeddha is verfijnd gemaakt in de oude Sukhothai stijl, de sfeer er omheen is zeer
devoot, de Boeddha Phra Buddha Chinnaret zou magische krachten hebben. Er is
een legende dat de Boeddha tranen van bloed huilt als de prinses van Ayutthaya
arriveert in Phitsanulok om de laatste regent van Sukhothai te ontslaan. Op de
Boeddha in Bangkok na, is dit het belangrijkste bedevaart oord voor Thaise
mensen.
Je kunt er bv. niet staande
fotograferen, dat moet geknield. Iedereen is bezig zichzelf met Boeddha op de
foto te (laten) zetten, wij dus ook. Nadat we op het voorplein ook rituelen
aanschouwd hebben: het slaan op de trom, het al biddend offeren van
lotusbloemen en knoppen, het wierook stoken. Regelmatig zien we mensen met een
kokker met wenst stokjes schudden. Dat geeft een wat hard geluid en gaat door
tot er een wensstokje uitvalt. Dit stokje wordt dan direct gelezen. Soms is er
een monnik die hierbij helpt en waar eerst eten of bloemen aan wordt gegeven
ter eren van Boeddha.
De tempel is prachtig: zwart
gouden pilaren, een donkerrood met goud plafond. En naast de hoofdboeddha
diverse ook mooie goudgekleurde en marmeren Boeddha’s.
de tempel
de Stupa bovenop de tempel
buiten, voor de tempel wordt luid op de drum geslagen
overzicht van waar iedereen voor gekomen is
Phra Buddha Chinnaret
voor de Boeddha staan een soort prachtige juwelen ter verering
net als iedereen laten wij ons voor deze belangrijke Boeddha fotograferen
aan de zijkant van DE Boeddha kleinere Boeddha’s, ook van marmer erbij
Rond het “eigenlijke” gebouw is
er ook van alles. Je kunt een rondgang maken waar in het vierkant een hele
galerij Boeddha’s te bewonderen is. Je kunt naar buiten waar weer andere mooie
beelden staan, waaronder een klein beeldje dat je met goudblaadjes kunt
beplakken. Door de wind waaien de blaadjes een beetje weg. Je ziet daar ook
drie oude Stupa’s, waarschijnlijk uit de Sukhothai tijd (twee op de foto te
zien). En als je achter het gebouw uitgaat, zie je de resten van de 14e
eeuwse Sukhothai tempel: enkele zuilen en een fundament.
in het gebouw rondom langer rijen Boeddha’s
en een deel beelden uit de tijd van het Sukhothai rijk
buiten 3 oude stupa’s waarvan hier 2 op de foto
ook hier een van de vijf discipelen van Boeddha waar je goud op kunt plakken;
staat in deze tempel wat verloren. De blaadjes goud fladderen er ook bijna vanaf
achter de tempel de restanten van de tempel uit de Sukhothai tijd
mooie waterlelies in de potten rond de tempel
Wat Rajburana
Ook deze wat overleeft de
brand van 1957. Hij is niet zo mooi gerestaureerd,
er zijn alleen een stupa, een gebouwtje ervoor en een heel belangrijke boom
over.
de stupa
de boom
We zijn nog fit genoeg om nog
eens de wandeling richting museum over te doen. Daar tegenover is nl. Een
Boeddha-beelden gieterij, de Buranathai Buddha Image Foundry.
Men werkt volgens de verloren
was methode. Over een kern wordt was aangebracht. In deze was wordt nauwkeurig
het beeld vervaardigd. We zien de master kunstenaar zorgvuldig het hele beeld
in detail nalopen. Daarna worden er spijkers in de was geslagen en wordt de
buitenlaag aan gebracht. Het geheel wordt verwarmd waardoor de was er uit loopt
en vervolgens wordt de ruimte gevuld met messing. Daarna wordt het geheel nog
helemaal afgewerkt. Grotere Images worden in twee of meer delen gemaakt die
later aan elkaar worden vast gelast en bewerkt.
Onderweg komen we weer langs een
andere Chinese tempel; die duiken overal op met hun mooie kleuren. Wat zijn de
kleuren toch vrolijk.
Chinese tempel
de Buddha Foundry in verschillende fasen
Even uitpuffen op onze kamer en
dan langs de rivier gewandeld met een rugzakje vol met 4,5 kg spullen die we
niet meer nodig hebben. Op het postkantoor zijn dozen te koop, is een dame met
plakband zeer behulpzaam en alles bij elkaar geeft dat een grote opluchting:
minder proppen in de rugzak, veel meer “pak-gemak”.
We gaan even kijken aan de
overkant van de rivier waar enkele restaurant boten liggen en het draait erop
uit dat we daar ook blijven eten, met mooi zicht op de rivier.
Einde Phitsanulok voor ons.



























Geen opmerkingen:
Een reactie posten