zondag 19 maart 2017

31 Nakhon Si Thammarat, zaterdag 18 tot maandag 20 maart



zaterdag 18 maart
De rit van Chumphon naar Nakhon Si Thammarat rijdt alleen ’s nachts rijdt; overdag lukt niet. Vertrek om 02:45, aankomst is 09:55. Ligging Nakhon Si Thammarat 80 26 7” NB, 990 57’ 59 OL.
Met af en toe een stukje slapen gaat de nacht snel voorbij. Om zes uur zien we een prachtige zonsopkomst. We rijden nu door een groener land. Er is hier op sommige stukken ook veel water tussen de bomen, het lijkt een beetje op oerwoud. Maar vooral langs de spoorrails. Niet overal trouwens. Verder is er veel in cultuur gebracht. Er zijn veel rubberplantages zowel jonge aanplant als de oudere bomen met de bakjes om de latex op te vangen. Ook zien we enkele plantages met palmen zowel jongere als oudere – is dat de suikerpalm?

Het 2e deel van de rit wordt veel vaker gestopt en op alle stations mooie houten stationsgebouwtjes en potten met bougainville.

zonsopgang vanuit de trein    

rubberplantages, als je goed kijkt zie je de aftapbakjes hangen.    


overal mooie houten stationsgebouwen    

Nakhon Si Thammarat is de 2e grootste stad in het zuiden. Het is een bekende pelgrimsplaats. Het is van oudsher een handelsroute over land van de Adama zee met Trang als havenstad aan de Indische Oceaan kant en Nakhon Si Thammarat aan de golf van Thailand dus de oost kant. De afstand tussen de twee plaatsn is kort waardoor via deze route sinds de 5de eeuw zich een levendige handel ontwikkelde tussen China en Zuid- Indië. Het koninkrijk Tambralinga (eerdere naam voor Nakhon) bevecht al in 1000 AD onafhankelijkheid van de machten van Sirvijaya (uit Maleisië) en Angkor door z’n eigen handelsmissies naar China te sturen. Vanaf de 5e eeuw heeft Nakhon het intensief contact met het Boeddhisme uit Sri Lanka, o.a. een Boeddha relikwie die in Wat Mahathat bewaard wordt, een Wat die in Sri Lanka stijl gebouwd is. Monniken van Nakhon helpen het Therevada Boeddhisme naar Sukhothai verspreiden. Vanaf de 14e eeuw komt Nakhon onder de controle van Ayutthaya, dat gouverneurs naar deze belangrijke post stuurt. Later komen er contacten met de Portugezen en Hollanders, gevolgd door Engelsen en Fransen. Na de vernietiging van Ayutthaya door de Birmezen in 1767, speelt Nakhon een belangrijke rol bij de wedergeboorte van Thailand.

Bij aankomst nemen we een tuk-tuk naar het hotel. Het blijkt een soort lijndienst die een ring door de stad rijdt te zijn. we zien de halve stad en moeten dan nog een eindje lopen en vragen of we goed zitten We hebben het briefje met de hotelnaam niet laten vertalen en daarom begrijpt bijna niemand ons. We komen er toch. Spullen neergezet en gelijk trekken we erop uit: de stad bekijken en op het kaartje in de gids hebben we enkele tempels zien staan. We zoeken een beetje waar we lopen, komen langs een markt en een plein en dan weten we ongeveer waar we zijn. Echte koffie vinden we in een fast food restaurant bij een groot winkelcentrum. Daar durven we de pizza niet aan en zo komen we bij KFC waar we kippenpootjes en patat eten. Lang geleden in China deden we dat ook eens. Dan weet Kees hoe we bij de kamer kunnen komen, daar rusten we een tijdje en eind van de middag lopen we nog twee uurtjes. De grote en drukke straat die we een eind aflopen is de  Ratchadumnan straat. Zo heet hij in het boek en op internet, op de straatbordjes staat Rejdanemern Rd. Die verschillen in namen (op Google en GPS soms ook nog weer anders) blijkt meer voor te komen. Dat maakt dat we de eerste dag een beetje onthand zijn. We bekijken een paar leuke, onverwachte tempels en de oude stadsmuur in het mooie park.

Phra Chedi Yak
Ceylon, Sri Lanka stijl, gebouwd  1257 – 1358. Gerestaureerd tijdens Ayutthaya en vroeg Rattanakosim (= Bangkok) periode. De Sri Lanka stijl is een belvorm met een vierkantje er bovenop (shrine) waar de schatten in zitten. Zo hebben we het in Bagan geleerd: bij het Theravada Boeddhisme in Myanmar 12e eeuw is een vierkante shrine/ harnika (soms achthoekig of is dat weer een andere stijl?) en Pyu (groot koninkrijk bij Bagan) is een grotere cirkel en is de shrine aan oostkant, dicht en in de bel verwerkt.

De Chedi Yak zou de 2e grootste chedi = stupa in de provincie zijn naast de Phra Boromathat die we in de Mahathat tempel zien. De stupa zou gebouwd zijn door een welvarende Mon persoon als ze in 1003 in deze stad als vluchteling aankomen (zo staat het op internet, op het bordje staat dus 1257 – 1358 wat laat is voor Sri Lanka stijl).

Phra Chedi Yak

Hindoe- Boeddha tempel

Aan de weg ligt een groot tempelcomplex. Boeddha en Hindu beeltenissen worden door elkaar gebruikt.
een onbekende tempel

 in de tempel Hindoe en Boeddha door elkaar heen

in de driehoek van het tempeldak

 de bell tower met het wiel

Yamia moskee 

Aan de weg ligt een groot tempelcomplex. Boeddha en Hindu beeltenissen worden door elkaar gebruikt.


Beelden die we op straat tegenkomen:

een winkel met kuikens van eenden en kippen

de straatverlichting is hier wel heel mooi versierd; allerlei verschillende dieren

de brede Ratchadumnan straat (zo heet hij in het boek en op internet, op de straatbordjes staat Rejdanemern Rd.

mooi geverfde huizen

Tempel met glimmend blauw


Oude Stadswal

In het park zien we  een Boeddhabeeld met een mooie vijver en de gerenoveerde oude stadswal.



Wat Wang Tawan Tok

Het is een kloostertempel in Thaise stijl. Erbij zijn 3 traditionele houten huizen in zgn. “Ruen Kruang Sab” stijl (zie bij het museum: op palen en met cementen onderbouw; dit i.t.t. geheel houten huizen met bladerdak, waarvan de verbindingen tussen palen met bamboe touw gemaakt worden)). Er is mooi houtsnijwerk in de stijl van Muang Khong. Het geheel zou pas in 1992 voltooid zijn. De staat van de gebouwen doet anders geloven; misschien alleen de witte hoofdtempel.

Wat Wang  Tawang Tok

ingezoomd op de dakdriehoek: een hert met een Boeddha erboven

in de tempel een knalrode Boeddha die gerenoveerd wordt

spiegeltjes worden een voor een opnieuw ingelegd

 houten gebouwen die volgens internet bijzonder zijn en ook 
bijzonder houtsnijwerk hebben; wat wij er niet aan afzien

Het vinden van een eetplek is niet eenvoudig; wat we op de kaart en GPS staat vinden we niet. Er is een lekker restaurant niet zo ver van het station. Ook de volgende dag, want het lijkt wel of er geen restaurants die wij goed genoeg vinden, zijn. We moeten ons vergissen, want het is een grote stad (weliswaar heel weinig toeristen) en we vinden beide dagen behoorlijk wat koffietentjes. Anyhow, we eten lekker en gaan terug naar het hotel.

zondag 19 maart

Vroeg weg: we willen het hele eind naar de belangrijkste tempel – Mahathat – lopen. Onderweg zullen we wel ontbijten. Dat lukt niet, er zijn wel veel tentjes, maar net niet geschikt voor ons. Geen probleem, we hebben een mango en een dragon fruit gegeten. Eerst langs de hoofdmoskee die bijna op de route ligt en ons door een moslima wordt gewezen: ze kent het woord Mosque niet, maar als Kees Salam Malaikum zegt en een bidgebaren maakt, wijst ze het direct.

Moskee Salahutdeen
Het is geen grote Moskee, de preekstel staat nu richting WNW. Leuk om nu weer het Arabische tussen het Thaise schrift te zien. Engels is hier niet aan de orde.


Witte tempel / City Pillar Shrine
Dichtbij het park van gisteren is een geheel wit gestucte tempel. Grappige beeldjes van Olifant, slang en Chinese wachters die over het wierookvat gebogen staan. Binnen een Boeddha met vier gezichten en veel gekleurde linten om. Dat is de zogenaamde stadspilaar, gebouwd in Srivijayan stijl met een “stadswachters”- engel bovenop in Mahayana stijl; met op het hoofd van de engel vlammen. De pilaar heeft houtbewerkingen in 9 patronen (zien we niet). Flink wat mensen komen er al of niet met familie eer betonen aan Boeddha, de Hindoe goden en/of de spirits van de voorvaderen.

Deze Wat is door een stadscomité gebouwd van 1991 – 1999 in het kader van een plan om tempels in een gebied aan de noordkant van de stad te bouwen.


olifantje en slangenkop   

gebogen over wierookvat    

de City Pillar    

Wat Suan Pan

Tegenover de  Clock Tower staat de Wat Suan Pan, herbouwd in 1989 door een bepaalde sekte. Van oorsprong is het het terrein van het koninklijk paleis c.q. het paleis van de gouverneur van de provincie. Een mooie tempel op een groot terrein met veel Hindoe afbeeldingen. Het is nu een Boeddhistisch studiecentrum.



Later vinden we een nieuwe koffietent met lekkere koffie en pindakoeken (Kees eet een muesli reep). Hoe dichterbij we bij de bekende tempel komen en als we op de hoofdstraat lopen, zijn er juist veel koffiezaakjes waar je soms ook goed iets eenvoudigs kunt eten, soms alleen cake en taart kunt kopen.

Onderweg natuurlijk ook weer van alles te zien:

overal koopt men bloemen en andere offerandes

 Bougainville midden in de drukke stad

Hindu - tempel tgo Suan Pan

Tegenover de Suan Pan is een Hindoe tempel, helemaal op z’n Chinees, de kleuren knallen je tegemoet.





Tempel zonder naam

Als we vlakbij de Wat Mahathat zijn, nog een tempel zonder naam in het Engels.




Wat Mahathat.
Vanwege relikwieën van Boeddha in deze graftombe (shrine) in de stupa/chedi is dit de belangrijkste tombe van het zuiden. Door Indiase prinsen en prinsessen zouden 2000 jaar geleden tanden van Boeddha vanuit Sri Lanka hierheen gebracht zijn. De hoofd chedi Phra Boromathat is 60 m. Hoog en in de binnenplaats van de tempel zijn rijen kleinere chedi’s. Deze hoofd chedi heet in zijn top alleen al 142 kg goud.
Viharn Luang
Deze tempel is een 18e  eeuws voorbeeld van Ayutthaya architectuur. Er is een vergulde figuur van Vishna op z’n zgn. traditionele “olifanten berg”.
Phra Buddha Sihing tombe

De legende zegt dat deze tempel in de 2e eeuw in Sri Lanka is gebouwd en in de 13e eeuw als cadeau naar de koning van Sukhothai is verscheept. Helaas zinkt het schip en de tempel komt in Nakhon terecht. De stijl van de Boeddha is uniek voor de regio vanwege de zwaar geplooide flap van zijn jurk over zijn linker schouder, z’n “beaky” neus (neus als een bek?) en harde trekken, op een kort, dik lijf. Nog twee andere plaatsen strijden met Nakhon om wie nu de echte Sri Lanka Boeddha heeft.

overzicht van het complex. Links de grote Viharn Luang, 
daarnaast  de tombe/chedi met daarvoor de tempel waar de 
Buddha relics zijn en die zeer druk bezocht wordt. 
Voor op de foto de enorm grote klooster ommegang



een ommegang/ cloister met 173 Boeddha’s; hier een rijtje zwarte Boeddha’s    

talloze stupa’s
Nationaal Museum
We lunchen in een heerlijk “Pixzel Caffé” met een omelet met rijst. En dan lopen we een kwartier verder de lange hoofdstraat af en vinden het museum. We zien aardige prehistorische zaken, leren over het ontstaan van Nakhon Si Thammarat, dat eerst Tambralinga (heeft iets met een vroege koning te maken) heette. En beperkt over het leven in deze streek. Een groot deel van het museum is in renovatie. Jammer.
In de 8e eeuw wordt er geschreven tekst in steen over Nakhon Si Thammarat gevonden; het zijn Hindoe teksten, waaruit je kunt opmaken dat India de eerste was die haar religie hierheen transporteerde.


Op de foto’s beeldjes van Shiva en Visnu. Shiva: de god van de verwoesting, tevens de meester van de goden die (nieuwe beschaving voor de mensheid creëert. Visnu is de beschermer, degene die het universum in stand houdt. (Daarnaast heb je Brahma, de schepper, Ganesha de zoon van Shiva, de god die hindernissen kan wegnemen, Krishna is vijand of ondeugend kind http://www.indiaweb.nl/religie/de-goden/ )

Shiva, Zuid Indiase stijl uit de 17e, 18e eeuw

Visnu, de beschermer

huis met ‘binding-joint’ verbindingen, Ruan Khruang Phuk. 
Geheel houten huizen met bladerdak, waarvan de verbindingen 
tussen palen met bamboe touw gemaakt worden.

 huis gebouwd met cement en palen, Ruan Khruang Ab

Bij de afdeling rituelen merken we dat er nog veel traditionele gebruiken zijn. Zo zijn er allerlei ceremonies als een koppel gaat trouwen, waaronder de vader en moeder die de slaapkamer binnengaan en voordoen hoe je op bed gaat liggen, en daarna doet het koppel dat.
Ook mooi om te zien is hoe men het Schaduwpoppenspel van poppen van dun leer in deze streek doet.
poppen voor het schaduwspel van deze streek. 

Omdat we vol zitten gaan we niet meer naar de Schaduwpoppen workshop. We nemen een tuk-tuk naar dichtbij het hotel, verpozen ons even en gaan dan via de Wang Tawan Tok
 tempel die we nog beter willen bekijken richting station om nóg eens te proberen of we van tevoren kaartjes naar onze volgende bestemming en van daar naar de grens kunnen kopen. Om te ontdekken dat het loket om 5 uur gesloten is en pas de volgende dag om 8 uur open gaat. Terwijl wij de  trein om 6 uur willen hebben. Wat nu? We gokken erop dat er een tijd geleden 8 uur op het ruitje is geschreven en er morgenvroeg toch wel een loket open zal zijn. We vinden Iemand die bij het station hoort en die zegt ook dat we om half zes een kaartje kunnen kopen. (Het blijkt dus ook zo te zijn). Het volgens de gids beste restaurant van de stad kunnen we niet vinden en we eten weer heerlijk “sweet and sour” vis bij het restaurant van gisteravond om morgenvroeg naar het station te gaan.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten