zaterdag 25 februari
Om zes uur vertrekken we met de
auto richting grens. Graag zijn we wat vroeg. We hebben gelezen dat het laatste
stuk dat bergachtig is, heel slecht kan zijn. Tot voor kort kon er alleen maar
één richting verkeer over, wat inhield dat de ene dag verkeer de ene kant en de
andere dag de andere kant op kan.
Het is al licht als we weg gaan(6:10
uur rijden we), we zien net een klein streepje van de nieuwe maan voor deze
ondergaat.
Na nog een tijdje
kalksteenrotsen die we zo mooi vinden, veranderd het landschap eerst nog vlak
daarna regelmatig licht gloeiend. Er zijn veel rubberplantages. Dat verandert
al gauw in bergachtig, we gaan een keten op, de Dawna Range.
voorbeeld rubber tappen
hutje bij de
rubberplantage
En de weg blijkt heel prima, vrij
nieuw aangelegde ruime vierbaansweg de laatste 20 km. Er is veel vrachtverkeer,
de grens Myawadi – Mae Sot is een heel bekende overgang, eigenlijk de enige
echt grote tussen Myanmar en Thailand met al het verkeer en handel tussen
Yangon en Bangkok gaat via deze route.
We zijn al om kwart over negen à half tien bij de grens
en de formaliteiten gaan ook redelijk snel. We moeten een uitbreiding van ons visum
met 9 dagen hebben en dat gaat soepel voor 3 dollar per persoon per dag – hetgeen
ons steeds medegedeeld is, maar niemand gaf er uitsluitstel over toen we nog in
Nederland waren. De immigratie officier rekent ons 54 dollar voor plus een
dollar voor de kopieën die hij moest maken.
Dus al snel nemen we afscheid
van de gidsen en de chauffeur en we lopen met onze rugzak over de brug over de
Moei, Thailand in. De brug is in 1997 geopend en heet de “Friendship bridge”
betaald door Thailand, lezen we halverwege. Mae
Sot ligt op 160
7’ NB, 980 5’ OL.
Ook in Thailand loopt alles heel
soepel bij de grens. Altijd even spannend en verlicht ademhalen als alles goed
is gegaan. Voordat we naar Mae Sot gaan, informeren we nog naar het omwisselen
van Myanmar Kyats naar Thaise Bhat. Er lopen geen geldwisselaars rond die ons
aanschieten, wat we eigenlijk verwachten. Het is ook weekend. Kees krijgt een
adresje halverwege naar Mae Sot. We besluiten eerst naar ons hotel te gaan. Dat
gaat met een open minibus, “songthaew” waar we met plm. 15 mensen ingepropt
zitten. Bij de markt van Mae Sot stapt iedereen uit. Op het heetst van de dag
sjouwen we richting hotel. Een dame wijst ons de weg en we zoeken verder. Een
meneer ziet ons zwoegen en biedt aan ons te brengen met zijn auto. We rijden
een tijdje rondjes en uiteindelijk vinden we het Irawadee Resort, op de plek
waar we in de auto van de meneer zijn gestapt.
Het hotel is mooi, luxe
eigenlijk. Geheel in strijd met ons plan om na Myanmar eenvoudiger hotels te
nemen, heeft Geer voor de eerste nachten een behoorlijk luxe verblijf
uitgekozen gekozen. En dat is heerlijk.
bij het terras bij onze kamer
ons luxe bed
Uitpuffen en dan willen we de
stad gaan verkennen. We keren snel op onze schreden terug: het is wel heel erg
heet om half drie. We blijven dus een tijdje op de kamer en gaan eind van de
middag een eindje lopen en ergens eten. We maken ook plannen voor de komende
dagen en daarbij besluiten we niet met een songthaew 6 uur naar Umphang te gaan
rijden, alleen omdat het zo’n mooie bergweg is.
zondag 26 februari
Rim Moei markt
Met een taxi terug naar de
grens. Daar moet een mooie markt zijn. en tevens denken we daar het Myanmargeld
dat over is te kunnen wisselen. De markt valt een beetje tegen, het is erg
rustig en geld wisselen is er helemaal niet bij. Het is toch leuk om wat rond
te lopen, om de Moei rivier te zien en
een zeer uitgebreide meubelstraat.
gedroogde garnalen op de Rim Moei markt
"prachtige" bloemen te koop, gemaakt van glas
in de meubel verkoopstraat
de Moei rivier die de grens tussen Myanmar en Thailand vormt;
je ziet op de “Friendship bridge” de vrachtauto’s de grens over gaan
straat bij de grens
Wat Thai Wattanaram
We gaan op zoek naar de
aanbevolen Wat Thai Wattanaram. Eerst lopen we langs een aftakking van de
rivier, maar dat is niet goed. We zien slechte behuizing, hutjes en vragen ons
af of daar misschien de vele vluchtelingen (Karen) wonen. Niemand kan ons
wijzer maken, maar met behulp van de kaart en de Rough Guide vinden we toch –
verder dan de gids zegt en de kaart laat zien een afslag en zelfs een bord naar
de Wat. Het is een goede oefening wennen aan de warmte, dat zal de komende tijd
zeker zo blijven, plm. 34 graden. En wij Hollanders er maar doorheen lopen op
het heetst van de dag.
Enfin we vinden de tempel,
gebouwd in 1857. Bij binnenkomst schalt luide blikkerige zang van een zangeres.
Er is een feestje aan de gang, waarbij met traditionele instrumenten (precies
dezelfde als in Myanmar) de zangeres wordt begeleid. Er zijn verschillende
gebouwen.
overzicht van de tempel
tempel die wij al typisch Thais vinden met de rode en
bruine achtergrond en veel gouden krullen
muziek bij de ingang; traditioneel maar wel knetterhard
ook binnenin Thaise beelden
de liggende Boeddha
in dezee tempel zie
je Myanmar en Thais schrift bij elkaar afgebeeld
Er is een overdekte liggende
Boeddha en daarnaast 28 zittende Boeddha’s. nog een bijzonderheid is dat
diverse opschriften zowel in het Myanmar als in het Thais zijn weergegeven. Dat
zal in heel Mae Sot zo blijven, daarna is het afgelopen.
Misschien goed om te vermelden:
In Mae Sot staat veel in drie
talen vermeld, nl. Thais, Myanmars en Engels. Dat zijn niet alleen drie talen maar
ook drie verschillende alfabetten. Het Engels zoals bij ons 26 karakters,
Myanmar hebben we geleerd 33 karakters en Thais 32.
Daarnaast zien we in de
winkelstraat en op veel andere plekken het Chinese karakterschrift en het
Chinees spreekt men onderling; meestal Kanton Chinees.
En dan zien we in de buurt van
de Hindoe tempel en in de buurt van de Moskee ook nog het Sanskriet en het
Arabisch met elk hun eigen alfabet.
Dit allemaal in een grens stadje
van 40.000 inwoners. Over een mengsel van talen gesproken in een stad.
We lopen terug naar de grens en
nemen daar een songthaew (ook wel tuk tuk zoals die open autootjes heten) terug
naar Mae Sot en lopen van de markt naar het hotel. Tegen de avond, als het wat
koeler wordt wandelen we nog het stadje door op zoek naar een ons aangeraden
Canadees restaurant. We lopen veel te ver en weer terug. Lekker gegeten en
gefilosofeerd over de verschillen die we zien tussen Myanmar en Thailand.
Wat tempels betreft: de eerste
dag in Thailand valt direct op dat zo vlak over de grens de bouw al heel anders
is dan in Myanmar. Moeilijk onder woorden te brengen, maar gelijk denken we aan
tempels in Laos en Thailand van 3 jaar geleden:
- Vooral de kleur: veel goudkleur tegen bruine of roodbruine achtergrond i.p.v. alleen goud
- De goudfiguren zijn anders, meer kringels
- De toppen van de daken idem.
- Puntiger daken op de tempels. De daken zijn bijna altijd op 3 niveaus en eindigen altijd met de “slangendraaI”.
- En de daken zijn meer rode pannendaken, dat kennen we minder van Myanmar
Het zal niet altijd zo zijn, je komt in Myanmar ook
bv. wel rode daken tegen, maar minder opvallend. De komende 6 foto’s geven het
verschil weer.
dit is Myanmar: vooral veel goudkleurig
ook Myanmar
en de komende vier foto’s geven het typische Thaise aan zoals wij dat tenminste ervaren
de "slangendraai"
maandag 27 februari
Onze dagindeling gaat in de
richting van vroeg opstaan, ook als we niet met een gids of zo hebben
afgesproken of met een bus mee moeten. En ’s middags een tijdje op de kamer om
de ergste hitte te vermijden, dat bevalt ons goed. Al wordt het ook vandaag een
uur of twee, drie voordat we aan onze siësta beginnen. We sjouwen een groot
deel van de dag door Mae Sot.
Eerst even de geldwisselaar
vinden. Dan naar de bushalte voor morgen. We hebben met het hotel goed afgesproken:
zij bellen een taxi bij het ontbijt die ons naar het busstation brengt. We
vinden het prettiger toch zelf nog even te verifiëren. Bij het zoeken komen we
langs ene moskee en een Chinese tempel die nergens vermeld staan.
moskee vlakbij Canadees
restaurant
buiten een tijger met monnik
idem
binnen in de tempel
hal in de Chinese tempel
We bezoeken vandaag vijf Boeddha
tempels in Mae Sot, vier voor de siësta en de vierde eind van de middag. Ze
worden nergens beschreven en zijn niet allemaal eenvoudig te vinden. Bovendien
helpt vragen weinig. We komen tot de conclusie dat Mae Sot wel wat meer aan
promotie mag doen. Er zijn mooie tempels te zien, maar er gaat eigenlijk
niemand heen.
Wat Mani Phrai Son
Bij aankomst valt het witte
gebouw met gelaagdheid op, het lijken verdiepingen, die ons aan Hindoe tempels
doen denken. Maar net als in Myanmar blijken er toch allemaal Boeddhaatjes in
de “koekoek” raampjes te zitten. Deze tempel is nog in de maak en/of restauratie,
er wordt druk gewerkt. Nogmaals: wij
verwonderen ons erover dat zo dicht bij de grens, de tempels er zo anders
uitzien.
de Mani Phrai Son
de Hindoe-achtige top met “verdiepingen”
in de tempel lange rijen met kleine Boeddha’tjes
een zwarte Boeddha
buiten een tijger met monnik
vlakbij de tempel een mooi verkeersteken
Donchai Temple
Ook dit is weer een groot complex.
Het duurt even voordat we hem vinden, maar gelukkig lukt het, want dit is
misschien wel de mooiste van vandaag.
overzicht
de Thais aandoende tempel: de daken, de gouden krullen, de donkerrode achtergrond
idem
versiering aan de buitenkant: zie de rij vogels
Bodhisattva's en mooie luiken
binnen in de tempel
nog een mooi plaatje: donkere
Boeddha’s en gouden olifanten
Wat Mae Sot
Ook hier weer een liggende
Boeddha
Wat Gnum-Pol
We komen door een erepoort en
lopen een paadje naar de tempel, waarvoor stalletjes voor de verkoop staan. Een
flinke stupa, een donkere Boeddha en weer heel wat gebouwen.
Wat Ahun Ya Kat
Tegen de avond met mooi licht
bezoeken we deze tempel die het dichtst bij ons hotel is. Mooie tierelantijnen
en dus weer heel erg anders dan in Myanmar.
We lopen verder door de straat
en komen bij een eettentje, daarna terug naar het hotel en pakken, morgenvroeg
gaan we naar de bushalte.
We hebben een goede indruk van
Mae Sot, de grensplaats, leuk stadje. Met een fantastische markt die we te
weinig eer aan doen, maar waarvan we wel de heerlijke mango’s eten.


















































