woensdag 15 februari 2017

16 Boottocht Bagan – Mandalay, maandag 13 februari

Vandaag varen we terug naar Mandalay, over de ons inmiddels bekende Ayeyarwady rivier, de belangrijkste van het land. Al om kwart voor vijf worden we door de taxi opgehaald en naar de jetty gereden. Mr. Win begeleidt ons en we nemen bij de kade hartelijk afscheid van gids en chauffeur. Met de rugzakken op door het zand een pad naar beneden en we gaan aan boord. Grappig is hoe we daarbij geholpen worden. Er is een loopplank. De leuning wordt gevormd door een stok die twee bemanningsleden vasthouden, een levende leuning dus.

De boot is niet zo heel groot, voor een man of 40. We zijn maar met een ca. 14 mensen, dus we hebben alle ruimte.

we varen met zo’n boot  

 op het bovendek

 een marionet over een geest bij de bar


De tocht is 214 km en beneden hangt een kaartje. 

kaartje van de tocht

zonsopgang

stroming

Nog in het donker varen we om half zes weg. Het is het droge seizoen dus de waterstand is laag, betonning is er niet maar de schipper weet welk gedeelte hij langs welke oever moet varen. Op die oever zet hij zijn schijnwerper en houd een bepaalde afstand.
Rond kwart over zes begint het duidelijk lichter te worden en we zien de zonsopgang (6.40) op het bovendek. De zon komt op als we de langste brug van Myanmar naderen die oost en west met elkaar verbindt over de Ayeyarwady rivier (Irrawady). Het is de Pakokku Ayeyarwady Bridge met de 3,45 kilometer lengte de langste brug in Myanmar over de grootste rivier. Het is helemaal niet koud, we zullen bijna de hele tijd boven doorbrengen. Beneden wordt gebruikt voor mensen die willen slapen, het zijn gemakkelijke stoelen. En voor Geer die een keer de computer wil opladen; ze werkt wat aan de blog tijdens de mooie reis.
Er zijn twee schippers/kapteins die elkaar om de twee à drie uur afwisselen. Ze varen zigzaggend over de rivier steeds zoekend welke kant de grootste diepgang heeft. Voor een deel varen ze ook op GPS en kijken of de koers van gisteren klopt. De koers van enkele voorgaande dagen wordt opgeslagen en deze voor een deel gevolgd. Er is overigens geen kaart van de rivier, het is de GPS lijn op een witte ondergrond.
Af en toe zie je ze ook naar de zgn. V-zoeken.


Op een aantal punten is het behoorlijk druk om met z’n allen door een nauwere doorgang te gaan.
De grotere schepen gebruiken een van twee methodes en vaak beide:
  1. 1.     Voor op het schip staan twee à drie man aan weerszijde en wordt er continu gepeild met een peilstok van bamboe waarop de diepten met rood witte strepen staan aangetekend. Eenmaal moet ons schip behoorlijk inhouden omdat een grotere in te ondiep water is terecht gekomen en bij het achteruitslaan een beetje dwars op de stroom komt.
  2. 2.     Een kleine boot zoals er veel varen met de schroef lang naar achter vaart ca. 50 meter voor een grootschip uit en peilt voortdurend. Beide staan in contact met walkietalkies.

En zoals gezegd we zien beide. Zowel een klein schip vooruit als tegelijkertijd zelf ook peilen.

Regelmatig zien we twee bootjes aan elkaar gebonden met een hele stellage erop en een derde er naast. Dit zijn kleine zandzuigers, die zand opzuigen om naar de wal te brengen. Of het zijn vissersschepen. Die zijn meestal iets kleiner. Dan zuigen ze water op van de bodem en op die manier worden garnalen en kleine vissen gevangen die uiteraard naar de markt gaan.

 baggeren met kleine bootjes

 houtvervoer



Ik, Kees, blijk de enige te zijn die wel in het manoeuvreren geïnteresseerd is. Hij maakt contact met de stuurhut, is daar een keer of vier een poosje geweest en laat zich dingen uitleggen met handen en voeten en een halve tolk. Ze vonden de belangstelling heel leuk; goed gelachen als we elkaar begrepen.
 in de stuurhut

Overigens de instrumentatie was heel beperkt. De GPS met de vorige route, geen kaart daarbij, alleen de lijn die zij hadden gevaren. Kompasje, de toerentellers van de twee onafhankelijke motoren en de dieptemeter maar die was al een tijdje kapot vertelden ze. Daar moesten de kapiteins het mee doen.
We “kruisen” de rivier over van buitenbocht naar buitenbocht. Soms haaks op de rivier langs de rand waar je het water van een plaat ziet stromen of waar je wat rotsen met bv. de aalscholvers op ziet.
Eenmaal: motoren stil, kapitein loopt naar achter. Jawel: visnet met draad in de schroef. Gelijk komen er wat vissers van de kant naar de boot toe een bootje of vijf à zes. Gelukkig is het juist op een rustige plek, de boot kan wat wegdrijven zonder dat we verder in moeilijkheden geraken. Het lukt aanvankelijk niet om het net met draad los te trekken. Twee matrozen stappen over boord, beide met behoorlijke messen. Steeds even rusten en daarna diep adem halen, gaan ze om de beurt naar de schroef toe. Na een poging of tien is de draad verwijderd. Ik zie dat de kaptein de vissers ca. 15.000 kyats geeft, ca. 10 Euro. Smartengeld of Smeergeld om van verder gedoe af te zijn.
Ook merken we enkele keren dat de boot de grond raakt en dan even op halve kracht vaart. De kaptein legt me uit dat bij volle belasting van de motoren de boot van voren iets omhoog komt en dus vanachter iets dieper komt te liggen, een soort planeren. Door de snelheid terug te nemen heeft hij iets minder diepgang en kan dan net terug sturen naar meer water. 
Langs de kant zien we allerlei activiteiten naast vissen ook dat hele stukken uiterwaarden bebouwd worden. Het zijn vooral allerlei bonen, bloemkool en pinda’s die het goed op de banken doen.
Op het water vielen ons m.n. een aantal boten op die met dikke boomstammen Teakhout de rivier afzakte of met kookpotten de rivier opgingen. Er varen ook veel bakken die door een sleepboot worden geduwd. Echter in EU kennen we vooral een boot die achter de bak ligt en deze recht voor zich uitduwt. Hier ligt de sleepboot meestal aan de rechterkant van de bak tot ca. halverwege. De bak is dan aan de sleepboot vast gemaakt en een tweede kabel loopt van de linkerkant van de bak naar de achterkant van de sleepboot. De hoek tussen draad en boten is ca. 45 graden. Mijns inziens moet je op deze wijze steeds bijsturen om recht te varen.
Het blijft levendig op het water en langs het water.

Rond vijf uur bereiken we Amarapura de zon zakt rap. We zien de mooie heuvel aan de andere kant van Mandalay die volstond met stupa’s en pagodes en zien nu vanuit het water hoe mooi die heuvel aan de rivier ligt. We varen onder de twee bruggen door die bij Mandalay over de Ayeyarwady rivier (Irrawaddy) geconstrueerd zijn en meren af bij dezelfde plek als waar vandaan we eerder naar Mingon voeren.
ibissen in de vlucht

aalscholvers

zandbanken 

 duwboot


vaak afgekalfde stukken wal

Potten vervoer


vaak een stupa onderweg

vlak onder Mandalay waar we 10 dagen geleden waren; 
hier een grote Boeddha die we toen niet zagen

 de berg waren en vandaar de vele stupa’s en pagodes zagen, 
nu vanaf het water een mooi overzicht

 een boot met huizen? We komen er niet achter als we het vragen, 
 het iets geheims of hebben we taalproblemen?

huizen van gras    

alweer een zonsondergang

hier landen we om zes uur    


We rijden terug naar het ons bekende hotel. Frissen op en gaan naar het vertrouwde “a little bit of Mandalay” en daarna vroeg naar bed. Morgen weer kwart of vijf naar het station voor de treinreis naar Yangon.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten